Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

Alle zegen komt van....
Kerkdienst op 30 september 2018 te Kudelstaart

Viering Heilig Avondmaal
Schriftlezing: Leviticus 23:33-43 en Johannes 7:37-39

Binnenkort: geluidsopname

"Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! ‘Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft,” zo zegt de Schrift” (Johannes 7:37-38)

'Alle zegen komt van boven’. Deze woorden verzuchten wij als een fikse regenbui onze barbecueparty verstoort. ‘Zegen’ en ‘regen’ verschillen maar één letter. Op serieuzere momenten gebruiken wij het gezegde om onze afhankelijkheid aan te duiden. We kunnen ons leven ‘beneden’ niet ‘maken’. Het staat of valt met wat van ‘boven’ tot ons komt. In de afgelopen zomer hebben we dat ervaren. De regen bleef wekenlang uit. Je kunt natuurlijk niet zeggen ‘de zegen bleef uit’. Maar we voelden wel onze afhankelijkheid. We merkten dat regen een zegen kan zijn. Zelfs in onze goed geregelde, welvarende samenleving zijn we kwetsbaar.

‘Alle zegen komt van Boven’ is een gezegde dat uitstekend past bij het Loofhuttenfeest. Het is een feest in de herfst, als bij ons de bladeren vallen. In het land Israël vallen die bladeren ook, maar meestal is het weer op Loofhuttenfeest nog warm en droog. Ik heb het even nagekeken op weeronline: deze dagen is het in Jeruzalem nog boven de 30 graden. De paar wolkjes aan de lucht in Israël beloven voorlopig nog geen regen. Dat is op Loofhuttenfeest niet erg. Heel Joods Israël en Joden over de hele wereld leven in deze dagen in de loofhut. Eén van de kenmerken van een goede loofhut is dat het dak open moet zijn. Je moet de hemel kunnen zien. Een gat naar Boven, waarvandaan wij onze zegen verwachten. Het is dan wel lekker als het nog even droog blijft.

Zegen heeft op het Loofhuttenfeest met regen te maken. Loofhuttenfeest was oorspronkelijk een oogstfeest. De laatste oogst was binnengehaald. De Eeuwige kan bedankt worden voor Zijn goede gaven. Direct moeten we naar voren kijken: de regentijd moet aanbreken. Watervoorraden moeten aangevuld worden. De hemelsluizen moeten opengaan. Daarvan zijn we afhankelijk. We kunnen niet zonder.

Toen de tempel in Jeruzalem er nog stond, was één van de dagelijkse rituelen op het Loofhuttenfeest: de waterprocessie. Uit de Siloam-bron, enkele honderden meters van de tempelberg verwijderd, in het dal, werd met grote kruiken water geput. Dat water werd in een feestelijke optocht naar de tempel gebracht. Daar werd het uitgegoten voor Gods aangezicht.

Ook tegenwoordig bidden Joden om regen. Dat doen ze in de periode tussen het Loofhuttenfeest en het Pesachfeest. Pakweg tussen oktober en april dus. Daarna is het wel weer even genoeg. Van regen moet je ook niet teveel krijgen. Dan kom je van de regen in de drup.

Op de 7 dagen van het Loofhuttenfeest zélf klinkt het gebed om regen nog niet. Je moet er namelijk niet aan denken dat je een plensbui krijgt, als je in je hutje zit, niet waar? Met dat open gat naar boven houd je het niet droog. Het gebed om regen wordt voor het eerst gebeden op de achtste dag, de dag ná het Loofhuttenfeest. In Leviticus 23 hebben we gelezen dat ook deze achtste dag een bijzondere dag is. Het is een heilige dag met speciale offers. Een feestdag met een feestelijke samenkomst. Tegenwoordig bidden Joden wereldwijd op deze achtste dag voor het eerst na de zomermaanden weer om regen.

In het Johannesevangelie lezen we dat Jezus op de laatste dag van het feest spreekt over het levend water dat hij ons wil geven. Die dag wordt ‘de grote dag’ genoemd. De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt met: ‘Het hoogtepunt van het feest’. Het zou kunnen dat Johannes met deze dag de zevende dag van het Loofhuttenfeest bedoelt. Voor de laatste keer worden dan de grote kruiken water uit de bron van Siloam geput. Nog één keer worden ze naar de tempel gebracht. Daar wordt het water voor het laatst uitgegoten. Lest best, het hoogtepunt van het feest. Je kunt je goed voorstellen wat voor indruk het maakt, als je dan iemand hoort roepen: ‘Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken’. Jezus vergelijkt zichzelf met de bron van Siloam of met de kruik die uitgegoten wordt.

Het kan ook zijn dat met ‘de laatste dag, het hoogtepunt van het feest’, de achtste dag wordt bedoeld. De dag waarop na lange tijd weer om regen wordt gebeden. Jezus vergelijkt zichzelf dan met de regen die van boven komt en de aarde vruchtbaar maakt.

Hoe dan ook - Jezus zegt met zoveel woorden: ‘Bij Mij moet je zijn, als je je levensdorst wil lessen. Uit Mijn Bron mag je putten. Uit mijn kruik mag je drinken. Ik maak je leven vruchtbaar. Mijn levenskracht vloeit in jou neer. Ik wil je Mijn onmisbare zegen schenken. Als water op droge grond of in een dorstige mond. 

Dat zegt, dat roept Jezus ook ons vanmorgen toe. Wij vieren het Heilig Avondmaal. Het brood en de wijn als teken en zegels van Jezus’ lichaam en bloed. Hij gaf Zijn leven voor ons. Door Zijn dood en opstanding mogen wij leven. Gods zegen kwam van Boven naar beneden. In Hem is de Bron des levens op aarde gekomen. Hij zit straks met ons aan tafel en deelt Zijn levend water aan ons uit. Neem, eet, drink!

Als wij dat water van Jezus, dat water van de Geest in ons leven laten vloeien, worden we er vol van. Boordevol, overvol. Het gaat bruisen. Het gaat stromen. Overstromen.

Zoals op het Loofhuttenfeest het water uit de kruiken stroomt, zo stroomt het uit ons. ‘Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft’, zegt Jezus. ‘Uit de buik’, staat er letterlijk. Uit onze ingewanden. Het water dat Jezus ons geeft vult ons van top tot teen. We stromen over. We kunnen er niet over zwijgen. We moeten er wel uit leven. We geven het door. We gaan anderen vreugde schenken. We kunnen door Zijn Geest zelf een bron van blijdschap worden.

De zegen komt dus niet alleen van Boven. De zegen is naar ons afgedaald in de Mens, die Zijn vlees en bloed met ons deelt. De zegen vloeit uit ons hart, ons binnenste naar buiten.

Zo stroomt door de wereld een rivier van vreugde, vreugde, louter vreugde.