Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

 Brood en wijn - voor nu en straks


Kerkdienst met viering van het Avondmaal op 21 januari 2018
Lezing: Jesaja 25:6-9 en Marcus 14:22-25

Binnenkort: DE GELUIDSOPNAME VAN DE KERKDIENST

Brood en wijn. Met deze twee eenvoudige levensmiddelen stelt Jezus het Avondmaal in. Twee gewone etenswaren. Niet helemaal meer zó gewoon, als je bedenkt, dat het Avondmaal wordt ingesteld tijdens de Paasmaaltijd. De laatste Pesachmaaltijd, die Jezus met zijn leerlingen viert. Het brood op tafel is dus ongedesemd brood. Brood, waar geen gist in gedaan en dat dus niet gerezen is. De matzes, die een Joods gezin op de Sederavond eet. Het brood, dat uitleg krijgt, als de Joodse jongen aan zijn vader vraagt: ‘Waarom is deze nacht anders dan alle andere nachten? Waarom eten we vanavond matzes en geen gewoon brood?’ De Joodse vader antwoordt dan: DIT brood moesten we haastig klaar maken, toen de Egyptenaren ons lieten gaan. Dit brood hadden we snel nodig als eerste levensbehoefte voor onderweg’. Want BROOD – daar zit wat in – heb je broodnodig.  Of je het nu lekker vindt of niet  – je kunt niet zonder. Het is van levensbelang.

Op diezelfde Paastafel staat ook wijn. Niet één, maar vier bekers wijn. Omdat de HERE God in het boek Exodus vier keer op een verschillende manier belooft dat Hij zijn volk zal redden. ‘Ik zal uitleiden. Ik zal redden. Ik zal verlossen. Ik zal jullie meenemen’. Vier keer is het goddelijk scheepsrecht van de verlossing. Gods eed, die Hij zweert aan mensen in nood. Dat Hij het er niet bij zal laten zitten. Dat Hij hen redt van de dood. Daarom 4 bekers WIJN. Wijn is anders dan brood. Wijn is niet zo zeer noodzakelijk. Het is overvloedig. Het is feestelijk. Toppunt van geluk is in de Bijbel, dat ooit iedereen onder zijn eigen wijnstok zal zitten. Wijn is bruiloftsdrank. En de HERE God belooft die bruidsvreugde aan Zijn volk.

Brood en wijn staan dus voor nooddruft en overvloed. Noodzaak en weldaad. Ook aan het Avondmaal. Waar de HEER ons niet alleen het noodzakelijke brood, maar ook de overvloedige feestelijke wijn aanreikt. Brood en wijn. Voor nu en voor later. Want Jezus laat er geen misverstand over bestaan: het Koninkrijk van God is wel dichtbij, maar toch niet aangebroken. Het is er wel, maar toch nog niet.  Gods verlossing is aanstaande, maar nog niet tegenwoordig. Jezus laat daar door Zijn wonderen IETS van zien. Als Hij zieken geneest, demonen uitdrijft en de storm op het meer stilt, geeft Hij tekens van Gods Rijk. Niet minder, maar ook niet meer dan tekens. Met die tekens doet Hij de harten van de mensen sneller kloppen. Maar als die harten op hol slaan en met Hem aan de haal willen gaan, doet Jezus steeds een stapje terug. Want het IS nog niet zo ver, maar het KOMT er wel van…

Ja, dat Koninkrijk van U, KOMT er nog wat van? Die vraag komt bij je boven, als je in de wereld om je heen kijkt. ‘Komt er nog wat van?’, vragen wij bij alle rampen in de wereld en in je persoonlijk leven.

Maar soms is dat Koninkrijk heel dichtbij. Vooral als we vanmorgen met Jezus en zijn leerlingen aan tafel mogen zitten. Aan het Avondmaal. Het Heilig Avondmaal is een stukje hemel op aarde: God woont bij de mensen. De HEER eet met de mensen. Aan het Heilig Avondmaal zit de HEER ook bij ONS aan tafel. Wij delen in Zijn hemelse gaven. Het is alsof wij even op de berg Sion aanliggen, waar de HEER Zijn feestmaal aanricht.

Een stukje hemel op aarde…

Maar Jezus schudt ons wakker met Zijn woorden: ‘Ik verzeker jullie: Ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God’.  Hij zegt: ‘Ik drink waarachtig niet meer mee van deze wijn. Niet meer. Voorlopig niet meer. NOG niet. ‘Dat Koninkrijk van God’ - dat moet nog wachten op voltooiing. Daar moet nog aan gewerkt worden. “IK, Jezus Christus, moet er nog aan werken. Om te beginnen morgen – op de Goede Vrijdag. Dan geef Ik mijn lichaam voor jullie. Dan vergiet Ik mijn bloed voor jullie”. Dan wacht het kruis. En denk nou niet, dat dat kruis in één dagje over en uit is. Dat kruis staat dwars over de hele wereldgeschiedenis getekend. ‘Tot aan het eind der wereld lijdt Christus in hun verlatenheid’. ‘In het onbarmhartig licht staat het kruis des Heren opgericht’. Jezus zegt: Hoe kan Ik wijn drinken, de vreugdedronk drinken, als het Koninkrijk nog niet gekomen is?’

Maar JULLIE, JULLIE, moeten het vooral wél doen. BROOD eten – als noodzakelijk levensonderhoud. En WIJN drinken – op een feestje, een gezellige avond met je vrienden, op een jubileum. Wijn is feestdrank. Wijn is voorproefje van wat komen gaat. Je krijgt de smaak van het Koninkrijk te pakken.

Drink daarom vooral tot Mijn gedachtenis in de KERK – als teken en zegel van Mijn bloed. Want dan besef je dat nog niet alles nieuw is. Dan blijft de verwachting van mijn Koninkrijk in jullie wakker. Dan blijven jullie handen krachtig en de knieën stevig. Dan geven je de moed niet op. Dan vatten je telkens weer de hoop van Pasen. Zo houden jullie het vol – en blijf je dienaren van Gods Koninkrijk. Totdat de grote zomer komt.