Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART


 

De grootste club ter wereld
Kerkdienst op 22 juli 2018 

Geluidsopname van deze dienst

Schriftlezingen: Genesis 15:1-6 en Efeziërs 2:11-22

“Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen en huisgenoten van God” (Efeziërs 2:19)

 

 Ieder mens wil graag ergens bij horen. Alleen is maar alleen. “Alleen op de wereld” is het schrikbeeld voor bijna iedereen. Het gelijknamige kinderboek is niet voor niets zo populair. Er zijn maar heel weinig mensen die zich bewust helemaal afsluiten voor alle anderen. Alleen buitenbeentjes kiezen ervoor om als kluizenaar te leven. Je hebt altijd wel een klein kringetje om je heen. Mensen waar je iets mee kunt delen. Waarmee je een wederzijdse band hebt. Van geven en nemen, steun krijgen en hulp verlenen. In de eerste plaats zijn dat natuurlijk je familieleden. Daar ben je vanaf je geboorte mee verbonden. Vader en moeder, broertjes en zusjes en later kinderen en kleinkinderen staan om je heen. Verder zijn er de collega’s op je werk. Die krijg je er automatisch bij als je een baan krijgt. En dan heb je allerlei clubs, verenigingen, organisaties, stichtingen. Daar kun je zelf voor kiezen. Omdat je dezelfde lotgevallen, hobby’s of interesses deelt, sluit je je bij elkaar aan. Zo hoort de één bij de postzegelvereniging, de ander bij het zangkoor, weer een ander bij de motorclub. De één bij de vereniging van nierpatiënten. De ander bij een praatgroep met lotgenoten. Weer anderen horen bij een sportclub. Omdat je zelf hockeyt, schaatst of korfbalt. Of omdat je graag kijkt naar en verbonden bent met je favoriete club. Dan kun je lid worden van een supportersvereniging of fanclub. Voetbalclubs als Barcelona, Arsenal en Bayern München hebben wereldwijd honderdduizenden fans.

Maar je hebt altijd baas boven baas: Ik ben zelf lid van een club met 2 miljard 184 miljoen en 60000 aanhangers. Dit immens grote aantal heb ik afgelopen week op Wikipedia gelezen. Het zullen er intussen wel weer een paar meer zijn. Mijn club groeit wereldwijd nog steeds. Bij mijn club hoort ruim 31 % van de wereldbevolking. Ik ben er niet alleen lid van. Ik werk er zelfs voor. En met veel plezier. Ik hoor bij de grootste club ter wereld. Ik hoor bij de kerk. Ik hoor daar al bij sinds mijn geboorte. Niet lang na mijn geboorte ontving ik het teken van mijn lidmaatschap: de doop. Bij mijn club horen mensen van de meest uiteenlopende soorten en maten. Alle huidskleuren, sociale klassen, geslachten en geaardheden kunnen er lid van worden. Mijn club is multinationaal en multicultureel. Mijn club komt overal ter wereld bijeen op de eerste dag van de week. In grote kathedralen, monumentale kerken en praktisch ingerichte moderne gebouwen. Maar ook in kleine kapelletjes, of zelfs schuurtjes of huiskamers. Met twee, drie of desnoods duizenden clubgenoten bij elkaar. Zingen, bidden, luisteren naar het Woord – samen in de naam van Jezus. Van tijd tot tijd breken we brood en drinken we wijn als teken van verbondenheid met onze HEER en Verlosser. Maar ook als teken van de band die we hebben met elkaar. Bijna overal op de wereld is wel een plekje te vinden waar mijn club een ‘fanstore’ heeft. Helaas is het niet altijd toegestaan. In veel landen wordt mijn club gezien als staatsgevaarlijk of gezagsondermijnend. Dan worden mijn clubgenoten gepest, vervolgd of soms zelfs gemarteld en gedood.
De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ook mijn clubgenoten niet altijd vredelievend met andere mensen omgaan. Het is zelfs zo dat mijn clubgenoten elkaar onderling regelmatig de tent uit proberen te vechten. Ze nemen elkaar de maat. Verketteren elkaar. Bouwen muurtjes om zich heen en sluiten andere buiten. Mijn club is de grootste, maar zeker niet altijd de beste. Dat begrijp ik niet. Dat gaat lijnrecht in tegen de bedoelingen van ons Hoofd, onze HEER. Hij wil juist vrede, eenheid, eensgezindheid.

Het zal je niet verbazen dat de apostel Paulus in zijn brief aan de Efeziërs de kerk NIET vergelijkt met de fanclub van een voetbalvereniging. Als hij hier vanmorgen zou zijn, zou hij het waarschijnlijk met kromme tenen hebben aangehoord. Hij zou zeker ook enkele correcties hebben aangebracht bij deze eigentijdse, té moderne vergelijking. De kerk is toch een beetje anders dan ‘de fanclub van Jezus’. De kerk was in zijn tijd en zijn wereld zeker niet de GROOTSTE club. Integendeel. Het christelijk geloof is nog maar korte tijd geleden begonnen zich te verspreiden over het Romeinse Rijk. Paulus draagt daar zelf zijn steentje aan bij door zijn zendingsreizen. Ook in de stad Efeze is een christelijke gemeente ontstaan, maar de kerk is nog niet meer dan een ‘handjevol’. Een klein groepje in een grote heidense stad. Mensen die als christen geboren worden zijn er nog niet veel. Christen worden is een bewuste keuze. Een riskante keuze. Je loopt groot gevaar buitengesloten te worden. Efeze is namelijk een zeer religieuze stad. Religie is vervlochten met het hele openbare, sociale leven. Overal in de stad staan tempels, altaren en godenbeelden. Eén van de grootste tempels van de klassieke oudheid, de tempel van Artemis, stond in Efeze. De godin Artemis werd in Efeze vereerd als godin van de vruchtbaarheid. Haar 'fanclub' is verreweg de grootste. Artemis is een soort samenbindend symbool voor deze stad geworden. Je moet dus wel heel goed weten wat je doet, als je niet meer meedoet met haar heidense bende. Dan word je een vreemdeling in je eigen stad. Het kan maar zo zijn dat je je burgerrecht verspeelt. Dan word je uitgekotste door je medeburgers en de stad uitgezet.

In Efeze en vrijwel alle andere steden van het Romeinse Rijk wonen trouwens vanouds nog meer ‘andersgelovigen’. Dat zijn de Joden. Overal rondom de Middellandse Zee komen die bij elkaar als nakomelingen van aartsvader Abraham. Joden hebben een aantal afwijkende regels en gewoonte. De besnijdenis van jongens op de achtste dag is er één van. Verder komen zij op de laatste dag van de week, zaterdag, sjabbat, bij elkaar. In Efeze werden deze Joden ‘gedoogd’, om het op zijn Hollands te zeggen. Als ze zich niet teveel profileren, zich een beetje koest houden, mogen ze hun eigen religie wel praktiseren.

Maar dan verschijnen Paulus en zijn metgezellen. Joodse mensen, maar dan van een radicale soort. Ze verkondigen een zekere Jezus. Deze nakomeling van Abraham, deze Jood, is door de Romeinen aan het kruis geslagen. Maar ze beweren dat de gestorven Jezus is opgestaan. Ze zien deze levende Jezus als hun enige HEER. De enige HEER van de hele wereld. Ze willen niets weten van heidense goden. De knuppel ligt in het Efezische hoenderhok. Enkele inwoners van Efeze, maar niet alleen Joden, ook heidenen, breken met hun heidense leventje. Ze sluiten zich bij elkaar aan – als een nieuw enthousiast clubje. Nog niet groot, maar wat niet is, kan nog komen. Daar zit Efeze natuurlijk niet op te wachten. Vervolging dreigt. Uitsluiting. Verbanning uit de stad. Daarmee groeit de verzoeking, de verleiding voor de volgelingen van Jezus. Om het geloof in Jezus op te geven. Je wilt toch als mens geen vreemdeling zijn, geen gast in je eigen stad? Je wilt toch niet alleen op de wereld staan? Je wilt er toch bij horen? Bij je ‘eigen volk’? Paulus maakt in zijn brief duidelijk: kiezen voor Jezus is een gewaagde keuze. Bij de christelijke kerk willen horen is levensgevaarlijk. Je gaat horen bij het volk van Abraham. Je wordt burger van een nieuw Koninkrijk, een nieuwe stad – de stad van de ‘heiligen’. Je gaat horen bij de gemeenschap van de Heilige God. Zoals de Joden, als ‘heilig volk’. Zoals de engelen, de bewoners van de hemelse stad, de heilige stad, Jeruzalem. Met alle heiligen vorm je samen een ‘gemeenschap der heiligen’. En deze gemeenschap is wereldwijd. Je maakt je los van oude lokale banden. Jouw stad is niet meer Efeze, Rome of Amsterdam. Jouw koninkrijk niet meer het Romeinse Rijk of het Koninkrijk der Nederlanden. Je gaat bij een nieuw universeel Rijk behoren. Het Koninkrijk, dat ooit met Abraham is begonnen. Met mensen zo veel als sterren aan de hemel of zandkorrels aan de zee. Je moet daar soms heel wat voor opgeven. In Efeze kost het misschien je baan wel. Of je vrienden. Misschien zelfs je familieleden. In heel veel landen op de wereld is dat nog steeds het geval. Als je christen wordt, word je een vreemde eend in de bijt. In ons land is dat gelukkig nog niet zo. Al levert het bij ons ook geen sympathie op als je je als christen gedraagt. Volgeling van Jezus zijn kost wat. Maar – let wel: je krijgt er wel heel veel voor terug. In het rijk van God ben je verbonden met miljoenen, ja miljarden anderen. Samen ben je burger van Gods stad. Je hoort er helemaal bij. Gods stad kent wel beschermende muren, maar de poort staat wijd open voor iedereen. Niemand die wil binnen komen zal toegang geweigerd worden. Het maakt niet uit welke kleur je huid heeft. Het geeft niet welke taal je spreekt. Het is om het even welke vreemde culturele eigenaardigheden je hebt. De club van de kerk is een multiculturele gemeenschap. Dat zal minister Blok een onmogelijk experiment vinden, dat vroeg of laat de mist wel in zal gaan. Voor anderen, zoals Nelson Mandela, die honderd jaar geleden geboren werd, was het een inspiratiebron. Een visioen waarvoor hij zich de 95 jaar van zijn leven heeft ingezet. En met hem vele anderen. Zangers en dichters dromen de droom van een hemelse stad. Hoog op een hemels plateau. Waar de straten geen namen hebben. Waar alle kleuren samenvloeien tot één veelkleurige regenboog.

Hoe is het mogelijk! Onmogelijk? Het geheim ligt er in, dat Paulus ons 'huisgenoten van God’ noemt. De HEER Zelf is onze Vader. Bij Hem zijn we 'thuis'. God Zelf maakt ons één. Hij zorgt voor de vrede. In Zijn huis kunnen we elkaar vinden. In de stad Efeze was de tempel van Artemis de samenbindende factor. In de stad van God staat ook een tempel. Daar woont God te midden van Zijn mensen. God die de vader van onze HEER Jezus Christus is. De God die Zijn liefde aan ons toonde door Zijn Zoon te sturen. Als we dichtbij Hem blijven, in gebed, in eerbied, in dankbaarheid, dan vinden we elkaar. Dan zullen we merken dat we deel uitmaken van een volk dat evenveel mensen telt als sterren aan de hemel en zandkorrels aan het strand. Een menigte, die niet te tellen is rondom de troon van het Lam. De grootste club ter wereld. Ik zou zeggen: Zorg dat je erbij komt!