Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

Dopen

Kerkdienst op 7 januari 2018
Schriftlezing: Genesis 8:6-14 en Marcus 1:1-11

geluidsopname


'Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen’ (Marcus 1:10)

In onze belevingswereld is de duif een teken van vrede. Wijd en zijd staat de duif bekend als ‘vredesduif’. De duif brengt geen oorlog, maar vrede. Geen dood en verderf, maar liefde en leven. De duif met het olijftakje in de bek is hét teken van hoop op een goede toekomst.

Die duif komt bij ons aangevlogen uit de Bijbel: allereerst uit de geschiedenis van Noach. We hebben het gelezen. Aan het einde van de zondvloed, als de regen is opgehouden, moeten Noach en de zijnen wachten tot het droge land tevoorschijn komt. De aarde moet weer bewoonbaar worden. Vandaar dat er vogels worden losgelaten. Eerst stuurt Noach een raaf uit. Je weet wel: zo’n grote zwarte vogel. In ons land is de raaf een zeldzame gast geworden. Wij kennen slechts de kleinere varianten: de kauw, de kraai en de roek. Maar een raaf is groot en sterk. Een soort roofvogel, die van kleine dieren en vooral van aas leeft. Een aaseter. Goed idee van Noach dus om die raaf als eerste de ark uit te zetten. De raaf kan op een dode aarde genoeg aas vinden om zich mee te voeden. De raaf is sterk, de raaf is zwart, de raaf is vogel van de dood. Maar goed nieuws kan Noach van de raaf niet verwachten.

Dus moet Noach het met een andere vogel proberen. Dat is de duif. De duif is klein, is kwetsbaar. De duif is in de Bijbel een symbool van tere schoonheid. In het Hooglied bijvoorbeeld wordt de duif als beeld van schoonheid gebruikt. Dat snapt een romantische minnaar meteen. ‘Jij bent … mijn liefje, mijn duifje’. De duif is ook trouw en honkvast. Vraag dat maar aan de duivenmelkers onder ons! Ongelofelijk hoe een duif vanaf honderden kilometers ver feilloos terug naar huis kan vliegen! Zonder problemen kan zij haar eigen duiventil en zijn eigen nest terugvinden. Daar snap ik werkelijk niets van! De duif is voor mij een vliegend wonder. Duiven werden trouwens in de oudheid al gebruikt om berichten over te brengen. Als postduiven. Ook in Noachs geval brengt de duif bericht. Noach steekt zijn hand uit en pakt de duif. Dat olijftakje in zijn bek vertelt: er groeit weer iets op aarde. Er is hoop voor een nieuwe toekomst. De duif is vreugdebode – vogel, die het nieuwe begin aankondigt. De duif is voor het begrip van mensen in de oudheid echt een vogel van Boven. Een vogel rechtstreeks bij God vandaan. En deze hemelvogel is ook te zien bij de doop van Jezus in de Jordaan.

Dát is een merkwaardige gebeurtenis, die doop van Jezus! Moet Jezus dan gedoopt worden? Johannes de Doper begrijpt daar niets van. Jezus is de Messias, Johannes is Zijn voorloper. Jezus is Koning en Johannes is Zijn heraut. En nu komt de Heer om door de knecht gedoopt te worden. Johannes heeft daar problemen mee. Maar eigenlijk, als je het goed bedenkt, is deze doop helemaal in de lijn van Gods geschiedenis. In de lijn van Kerst, Pasen en Pinksteren past de doop van Jezus perfect.

De doop van Johannes gebeurde niet zoals bij ons in de kerk. Wij hebben een doopvont. Een bak met water. Al is dat wel erg oneerbiedig gezegd over dit mooie stukje vakwerk hier. Hoe dan ook: een paar druppeltjes op het hoofdje van een baby is bij ons genoeg. Als het te nat wordt, vegen we het snel af. Deze manier van doop bedienen is niet onomstreden. Niet zo lang geleden was er ook binnen de Protestantse kerk het pleidooi om het doopbad weer in de kerk in te bouwen. Zou het niet beter zijn, als we die doop in zo’n  echt doopbad lieten plaats vinden? De dopeling moet dan compleet koppie onder. Niets voor kleine baby’s zou je zeggen? In veel Oosterse kerken gebeurt ook de kinderdoop door onderdompeling. Gewoon: als in het badje thuis. Als het niet te koud is en je pakt ze na de doop weer lekker in, dan krijgen ze daar niets van. Maar nee, zou je het, als je het helemaal goed wil doen, niet naar buiten moeten gaan? Kunnen we voortaan niet beter gaan dopen in de Poel bij de Loswal? Of nóg beter: zouden we niet naar een rivier moeten gaan? De Kromme Mijdrecht of de Amstel? Nou nee, het allerbeste zou dan zijn dat we met zijn allen in het vliegtuig stappen. Op reis naar Israël, naar de rivier de Jordaan! Waar Johannes de Doper doopte. Waar Johannes Jezus doopte. In die snel stromende rivier. En dan ook zoals Johannes de Doper het deed! Het zal er bepaald niet zachtzinnig aan toe gegaan zijn! Stel je voor: een woest uitziende man in een kamelenharen mantel en een riem van slangenleer om zijn middel. Met een bulderstem houdt hij zijn donderpreken. Want dat zijn het: donderpreken! Johannes denkt niet bepaald positief over de wereld en over de mensen. Hij maakt ondubbelzinnig en onverbloemd duidelijk, dat het mis gaat met een mens, als hij zich niet omkeert naar God. Hij verkondigt Gods oordeel – de bijl aan de wortel; het vuur voor het kaf. Zijn sprekend teken daarvoor is de doop: kopje onder in het water. Water van de doop is water van de dood. Door de dood naar het leven. Door het water naar de overkant.  Dopen in de grensrivier, de grens tussen woestijn en beloofde land. Dopen in de doodsrivier, die afdaalt naar de Dode Zee. Jordaan betekent letterlijk: de afdaler, de afgang.

Nu komt Jezus naar Johannes. Jezus wil gedoopt worden. Hij laat zich door die woeste boeteprediker onder water duwen. Zoals al die anderen, die bij Johannes komen. Zij verootmoedigen zich voor de HEER. Zij willen niet langer op oude voet verder leven. Zij beseffen, dat het leven de afgrond ingaat, wanneer je de grens niet oversteekt van dood naar leven. Met DIE mensen gaat Jezus mee de diepte in. Het is Zijn bewuste keuze. Hij KIEST voor de Jordaan, de afgang in het water, de ondergang in de dood.

Hij blijft niet op veilige afstand in de hoge hemel. Hij daalt af in de donkere mensenwereld. Hij blijft niet in het goddelijk paleis, maar daalt af naar de stal van Bethlehem. Hij wordt niet gelegd in een gespreid bedje, maar daalt af in de kribbe. Hij daalt af naar de diepste diepte, de dood aan het kruis.

Zo daalt Hij nu af. In het water van de Jordaan. In ONZE diepte, ONZE nood, ONZE zonde.

Als dát gebeurd is, onmiddellijk daarna, gaat de hemel open. De duif verschijnt. Die vogel van Boven. Die wonderlijke hemelvogel. Die vogel van tere schoonheid: de duif. De raaf is in geen velden of wegen te bekennen. De dood is verjaagd en jaagt ons geen angst meer aan. De duif van de GEEST vindt een droog plekje op de HEER. Zoals de duif eens op Noach landde.

Want de zondvloed is voorgoed voorbij, nu Jezus is gekomen. Het water van de dood is verdwenen. De nieuwe aarde is geboren. Het water van de doop is onze doorgang tot het leven. Het water van de dood kan ons niet meer schaden. Niets kan ons schaden, niets kan ons scheiden van Gods liefde.

Dus misschien vind je het een beetje vergezocht. Echt zo’n vrome draai, die een dominee kan maken. Ik ben echt niet van plan er een discussiepunt van te maken. Laat staan een breekpunt! Maar: ik vind die manier van dopen, die wij kennen, zo mooi. Een klein beetje water uit een doopvont. Een paar druppeltjes op een babyhoofdje. Zacht. Liefelijk. Niet als een raaf, maar als een duif. Wij hoeven niet meer koppie-onder. Jezus is voor ons ten onder gegaan. Die paar druppeltjes zijn goddank voldoende. Het is een teken en een zegel van wat geschied is. Van wat Hij gedaan heeft door Zijn dood. Van wat Hij voor ons heeft ondergaan.

Die paar druppels vertellen ons iets, wat wij nooit hoeven te vergeten. Wat we mogen doorgeven aan elkaar, aan onze kinderen: Kind, hoe jouw leven ook zal verlopen, het water zal je niet overspoelen. De watervloed zal je niet naar de ondergang sleuren. Er komt geen zondvloed in Gods Naam over jou dood en verderf zaaien. Jij hoeft niet te verdrinken in het water van de doodsrivier. Je mag opstaan. Je mag een nieuw leven beginnen dat niet meer stuk kan.