Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

Endless Love

Kerkdienst op zondag 5 augustus 2018
Schriftlezingen: Jesaja 55:6-9 en Efeziërs 3:14-21 

Geluidsopname


 “Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid” (Efeziërs 3:18-19)

 Van weinig dingen kun je zeggen dat ze ‘eindeloos’ zijn. Wie het woord ‘eindeloos’ gebruikt doet dat vaak om te overdrijven. Het is een woord voor een reclameboodschap. Je hebt eindeloos gemak van je nieuwe stuk gereedschap. Vergeet het maar: vroeg of laat gaat het kapot. Het pretpark biedt ‘eindeloos’ speelplezier. Helaas: er is toch echt een sluitingstijd. En als de weg naar je vakantieadres ‘eindeloos’ duurt, zegt dat meer over jouw humeur dan over de lengte van de reis. Aan alles komt een eind. Ieder ding heeft een kop en een staart. Zelfs het eindeloos groot lijkende heelal heeft grenzen, zeggen de sterrenkundigen. Miljoenen lichtjaren hiervandaan bereikt ook het heelal zijn limiet. Wat er daarbuiten komt weet niemand.

Er is er maar Eén die je met recht en reden ‘eindeloos’ kunt noemen. Dat is God. Het hoort bij de definitie van God om Hem eindeloos te noemen. Hij kent begin noch einde. Zijn tijd kent geen grenzen. Vóór alle eeuwen was Hij er al. Tot in eeuwigheid zal Hij blijven bestaan. Hij is van eeuwigheid tot eeuwigheid. Hij is ‘de Eeuwige’. Maar Hij is niet alleen eindeloos qua tijd. Hij is ook eindeloos groot, eindeloos machtig. Daarom loven wij Hem om Zijn macht. In onze woorden en vooral in ons lied maken wij Hem groot. Dat wil zeggen: we erkennen dat Hij groter is dan alle anderen. Machtiger. Hij is hoger dan hoog. Dieper dan diep. Langer dan lang. Breder dan breed. Eindeloos groot en machtig.

Maar ja, dan begint direct het probleem. Want natuurlijk is het mooi om Gods eindeloze grootheid te prijzen als het goed met je gaat. Zo houden wij van de bergen. Nergens kom ik zo onder de indruk van Gods eindeloze macht en majesteit als op een bergtop. Als je gelooft dat Hij dat allemaal geschapen heeft (en dat geloof ik!) dan kan het niet anders dat je zingt: ‘Hoe groot zijt Gij’. ‘Hoe eindeloos machtig bent U’.

Daar hoef je trouwens niet ver weg voor te gaan. Je ziet Gods macht juist ook in de kleinste dingen. Ik kom onder de indruk van Gods macht, als ik een kweker enthousiast hoor vertellen over zijn rozen. Of als ik op televisie Erik Scherder hoor uitleggen hoe ons brein werkt. Dan denk ik: wat een vakmanschap! Niet alleen van deze bevlogen wetenschapper, maar ook: wat een Vakman moet Degene zijn die hier achter zit. Die dit allemaal bedacht en ontworpen heeft. Want ja, ik geloof in de Schepper van hemel en aarde. Die vanuit Zijn eindeloze eeuwigheid ons tijd van leven heeft gegeven.

Maar - zoals gezegd – dan beginnen ook de problemen. Ik hoef de krant maar op te slaan. Ik hoef de televisie maar aan te zetten. Even het laatste nieuws checken… Oorlogen, epidemieën, overstromingen. Ongelukken, dodelijke ziektes, aardbevingen. Bosbranden, droogte, vulkaanuitbarstingen. Het leed van deze wereld – ook daar lijkt geen einde aan te komen. Ook dat is eindeloos.

En dan slaat de twijfel toe. Is het wel echt zo? Is er wel echt zo Iemand die eindeloos machtig is? Is er wel echt Iemand die er was voordat er iets was en zal bestaan tot in eeuwigheid?

Dat nieuws blijft vaak nog ver van mijn gespreide bedje. Maar wat als het me persoonlijk raakt? Wat moet ik dan met mijn geloof in een machtig, almachtig, eindeloos machtige God?

Ik moet denken aan professor Miskotte. Heiko Miskotte was één van de beste theologen van de vorige eeuw. Naast scherpzinnig theoloog, was hij ook een begenadig prediker. Hij was onder andere predikant in Haarlem en later in Amsterdam. In Amsterdam trok hij niet alleen mensen van binnen de kerk. Juist ook buitenkerkelijken kwamen onder zijn gehoor. Bijvoorbeeld toen hij in de oorlogsjaren het boek Openbaring uitlegde. Velen werden er door bemoedigd. Ze werden gesterkt in hun overtuiging dat de Duitse bezetting en de Jodenvervolging niet eindeloos zouden duren. Daar was Gods Woord meer dan duidelijk over. Miskotte nam in de oorlog geen blad voor de mond. Bij de bevrijding hield hij een preek onder de titel: ‘Gods vijanden vergaan’. Hij geloofde vast en zeker in de eindeloze macht van God. Hij zag die macht aan het werk in de ondergang van de Nazi’s.

Maar vlak na de oorlog gebeurt er iets rampzaligs. Een oud-catechisant vraagt Miskotte om zijn huwelijk in te zegenen. Daarna wordt hij met zijn vrouw en kinderen uitgenodigd voor het bruiloftsmaal. Er staat zalm op het menu te staan die besmet blijkt met de tyfusbacterie. Niet lang na het feest worden feestgangers die ervan gegeten hebben doodziek. Niet alleen de bruidegom, ook de vrouw en de dochters van dominee Miskotte zijn slachtoffers. Binnen enkele weken moet Miskotte zijn vrouw Cor en zijn dochter Alma verliezen. Dan weet Miskotte het ineens niet meer. In zijn dagboeken schreeuwt hij het uit. Hij kan niets meer begrijpen van die God die eindeloze macht heeft. Heeft die God hem niet op een afschuwelijke wijze in de steek gelaten? Is die God soms vertoornd op zijn dienaar? Of is het allemaal maar een sprookje, waarin hij geloofd heeft? Alles wat Miskotte zelf ooit verkondigd heeft staat op losse schroeven. ‘Is die eeuwige God eindeloos machtig? Waarom moet zo iets verschrikkelijks mij dan overkomen…’.   

Paulus doet in zijn brief aan de Efeziërs niets af aan Gods eindeloze grootheid. Integendeel. De brief is één loflied op de macht van de HEER. De HERE God is het die van eeuwigheid tot eeuwigheid alles in Zijn handen heeft. Hij heeft alles geschapen. Hij heeft een plan voor Zijn wereld. Hij is het die ons roept. Hij kiest ons uit. Hij volvoert Zijn plan. Hij zal ervoor zorgen dat alles zal worden zoals Hij het wil. Hij is dus eindeloos machtig. Paulus bidt voor de gemeente in Efeze en hij bidt ook voor ons. Hij hoopt dat wij VOL zullen zijn van die God. Vervuld van Zijn oneindige grootheid. Dat wij zullen instemmen met de lofprijzing: God is groot, God is machtig. Eindeloos groot. Eindeloos machtig. Maar Paulus neemt zijn uitgangspunt niet bij alles wat we om ons heen zien. Niet bij die prachtige natuur, door God geschapen. Niet bij het eindige heelal, gemaakt door de oneindige God. Zelfs niet bij de geschiedenis, die soms zo wonderbaarlijk goed maar soms zo afschuwelijk tragisch verloopt. Als Paulus spreekt over Gods oneindigheid begint hij bij de liefde. De liefde is oneindig. De liefde is groter dan groot, dieper dan diep, langer dan lang en breder dan breed. De liefde omvat alles. Overstijgt alles. Ondervangt alles. Omsluit alles.

DÉ liefde? Nee, GODS liefde. Daar houdt Paulus aan vast.

Góds liefde? Nee, beter nog: de liefde van Christus. Dat is: de liefde die Jezus Christus ons leert als Hij de gelijkenis van de verloren zoon vertelt. Liefde van een Vader die Zijn Zoon opwacht en in Zijn armen sluit. Wat het kind ook verkeerd gedaan heeft.

De liefde van de barmhartige Samaritaan – die zijn vijand liefheeft. Niet met mooie woorden maar metterdaad.

De liefde van de goede Herder die op zoek gaat naar het ene verloren schaap. Liefde dus waarvoor ieder mens telt. Ieder mens heeft een naam. Ieder mens is eindeloos waardevol. DAT is de liefde, die Jezus Christus ons verkondigd heeft. Niet alleen verkondigd. De liefde van Christus gaat verder dan verhalen en gelijkenissen. Het is de liefde van de Zoon van God die de hemelse rijkdom verliet. Om met ons Mens te worden. Met de armen arm. Met de zieken ziek. Met de doden dood. De HEER die met ons en voor ons stierf. Die onze schuld gedragen heeft. Die liefde van Christus – zegt Paulus – is onbegrijpelijk. Ze gaat alle kennis te boven. Ze heeft oneindige lengte en breedte, hoogte en diepte. Ze is – zoals Psalm 139 het bezingt – overal aanwezig. Op de wijde wereld, in de hoge hemel, zelfs in het diepe dodenrijk. Je kunt die liefde nooit helemaal bevatten. Je krijgt haar niet in de vingers. Je kunt je hand er niet opleggen. Geloven in de liefde van Christus betekent dus geen antwoord op al je vragen. Ook niet op je ‘waaromvragen’. Maar je kunt die liefde wel leren kennen. Steeds beter leren kennen. Je kunt er iets van ervaren als jij je erin verdiept. Met je verstand – ja zeker. Als je voldoende grijze cellen hebt nodigt Paulus je uit om de liefde zoveel mogelijk te bevatten. Als je er niet meer bij kunt met je verstand, mag je die liefde ook ervaren. Dan mag je tegen jezelf zeggen: ‘Ik ben geliefd. Wat er ook gebeurt, ik ben een geliefd kind van God’. De Heilige Geest vervult je met die liefde. Christus Zelf wil in je wonen. Hij voedt je met het brood en de wijn van Zijn liefde. De liefde van Christus dringt steeds dieper tot je door. Eindeloze liefde. Vandaar dat je die liefde nooit in je eentje goed kunt leren kennen. Daar heb je anderen bij nodig. Alle beetjes helpen. Eén en één is twee. Samen begrijp je meer.

Samen met alle heiligen, zegt Paulus, zal je in staat zijn om er iets van te begrijpen. We kunnen dus onze Roomskatholieke zusters en broeders in Kudelstaart, onze Aalsmeerse en Leimuidens geloofsgenoten en ook de geestdriftige medechristen van LEG of Meerkerk goed gebruiken. Geen van allen hebben we de volle waarheid in pacht. Alleen samen kunnen we er meer van snappen.

Dan kan het zelfs zo zijn dat ons verdriet in ander licht komt te staan. Onze twijfels over de eindeloze macht van die Almachtige God blijven bestaan. We blijven onze bittere vraagtekens zetten. De macht van God zullen we nooit begrijpen. ‘Gods gedachten zijn niet onze gedachten. Gods wegen zijn niet onze wegen’. Wij kunnen er niet bij. Hoe God precies Zijn plannen uitvoert weten we niet. Maar twijfel niet aan Gods liefde. ‘Hij zal zich over ons ontfermen. Hij zal rijkelijk vergeven’.

Als dominee Miskotte vreselijk diep in de put zit, krijgt hij woorden van een collega en vriend, die hem troost bieden. Hij schrijft: ‘Het geloof belijdt dat God goed is, dat Zijn goedheid alles – ook dit ontstellend, tergend, vernietigend domme gebeuren – te boven gaat en duurt in eeuwigheid’.

Gods macht is groot, maar het is de macht van Zijn liefde.

Alles overstijgend. Alles omvattend. Alles opvangend.

Met eindeloos liefdevolle armen.