Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

'Gek gedoe'
Kerkdienst voor zondag 17 juni 2018

Lezingen: Jesaja 37:9-22 en 33-37; Filippenzen 4:4-7

Klik hier voor: Geluidsopname

 

“Toen Hizkia de brief had gelezen die de boden hem overhandigd hadden, ging hij naar de tempel van de HEER en legde de brief daar open voor hem neer” (Jesaja 37:14)

‘Gek gedoe dat geloof. Lekker mee stoppen’. Dat was één van de reacties op het stukje over onze gemeente, dat verschenen is op Aalsmeer Vandaag. Een paar weken geleden waren er hier in de kerk een verslaggever en fotograaf van de website ‘Aalsmeervandaag.nl’. Voor de serie ‘Geloof in Aalsmeer’ wilden ze ook over onze gemeente iets vertellen. Het werd een mooi stuk. Misschien heb je het gelezen. Het zijn prachtige foto’s – vooral van de predikant, al zeg ik het zelf, én van de voorzitter. En er kwamen reacties binnen. Op het voetbalveld bij het inschieten werd ik er al op aangeschoten. ‘Hé Hans, leuke actiefoto van jou’. ‘Dus dát doe jij altijd op zondagmorgen!’. Ook op Twitter verscheen een aankondiging van het artikel met een ‘linkje’ erbij. Met de foto van de dominee die de zegen uitspreekt. Ook daarop werd gereageerd. Eén reactie viel mij in het bijzonder op. ‘Gek gedoe dat geloof. Lekker mee stoppen’, twitterde iemand. Toen ik de reactie las, had ik eerst de neiging om mijn stekels overeind te zetten; ‘Bah, wat negatief!’. Maar als ik het goed bekijk… Stel je voor: ik weet van niks. Ik heb nog nooit een kerk van binnen gezien. Laat staan een kerkdienst bezocht. En dan zie ik plotseling een foto van een man in het zwart, die zijn handen omhoog steekt. ‘Dat is de zegen’, denk jij meteen. Maar ‘hij’ denkt dat niet. Hoe kan ‘hij’ het ook weten? ‘Hij’ ziet alleen een vreemd gebaar. Hij ziet alleen ‘gek gedoe’. Hij denkt: ‘lekker mee stoppen’. Geloven komt bij buitenstaanders vaak over als ‘gek gedoe’. Mensen die geloven doen ‘gekke dingen’.

Neem nou Hizkia. Koning Hizkia van het koninkrijk Juda met de hoofdstad Jeruzalem. Het is in de tijd dat Jeruzalem steeds meer in de knel komt te zitten. De troepen van de machtige Assyrische vijand zijn de stad tot op een kilometer of dertig genaderd. Vele dorpen en steden zijn ingenomen en geplunderd, ontruimd of uitgemoord. Wanneer is Jeruzalem aan de beurt? Dat lijkt een kwestie van tijd. Ondertussen is er al een propagandaoorlog gaande. De Assyriërs weten ongetwijfeld dat koning Hizkia de stad Jeruzalem danig versterkt heeft. Hij heeft de muren van de stad meters dik gemaakt. Hij heeft gezorgd dat er een ondergrondse gang naar de waterbron is aangelegd. Kortom: als het echt tot een beleg van de stad Jeruzalem komt, kan het weken, maanden misschien wel jaren duren vóórdat de stad zal worden ingenomen. Dat willen de Assyriërs voorkomen. Ze willen liever zonder slag of stoot de stad Jeruzalem innemen. Dus beginnen ze een psychologische oorlogsvoering. Ze sturen boodschappers naar koning Hizkia. Met een brief. Een intimiderende brief. Om de inwoners van de stad bang te maken. Een dreigbrief. Om koning Hizkia schrik aan te jagen. In die brief staat: ‘Laat je niet misleiden door de HEER, jullie God. Jullie vertrouwen op hem? Jullie denken dat Hij ervoor zal zorgen dat de stad niet in onze handen zal vallen? Vergeet het maar! Alle goden zijn machteloos tegen de Assyrische militaire macht. Dat is wel gebleken in de afgelopen jaren. Goden konden niet helpen. Dus jullie God ook niet’. Kortom: ‘Stoppen met dat gekke gedoe. Stoppen met vertrouwen op God. Geef je over aan de Assyriërs’.

De eerste reactie van koning Hizkia is ook zo’n typisch voorbeeld van ‘gek gedoe’. Als hij de vijandelijke dreigbrief gelezen heeft, roept hij niet zijn militaire adviseurs bij elkaar. Hij raakt niet in paniek. Hij gooit niet direct de poorten van de stad dicht. Het eerste wat Hizkia doet is: naar de tempel gaan. Voor ons gemak maken we daar maar even van: Hizkia gaat naar de kerk. En gek genoeg: hij neemt de brief mee. Dan maakt hij het nog gekker. Op de drempel van het tempelgebouw, voor het altaar, vouwt hij de brief open. Dan begint hij te bidden. In dat gebed zegt hij tegen God: ‘Luister, HEER, en zie toe’. ‘Hoor en kijk’. Hij zegt tegen de HEER: ‘Hier, lees deze brief zelf maar. Als U niet wilt lezen, zal ik U zeggen wat erin staat’. Een weldenkend mens zal nu zeggen: ‘Als Hizkia in God gelooft, dan weet hij toch ook wel dat God al lang weet wat er in die brief staat? Als Hizkia in God gelooft, weet hij toch dat het voor God helemaal niet nodig is om de brief open te vouwen en aan God te laten lezen? Als Hizkia in God gelooft, hoeft hij zelfs helemaal niet naar de tempel te gaan. Dan kan hij toch gewoon thuis bidden? God ziet, luistert, is overal. Dus waarom zo gek doen?

Ik moet denken aan een ander bericht dat me onder ogen kwam. Het kwam van de bekende columnsite Ebru Umar. Haar reactie op een oproep van Geert Wilders. Wilders heeft geschreven, dat als hij premier zal worden, één van de eerste dingen die hij zal doen is: alle moskeeën sluiten. Ebru Umar sloot zich bij dit plan aan en zij doet er nog een schepje bovenop. Ook weer via twitter, schrijft ze: ‘Mag allemaal dicht. Inclusief kerken. Gelovig zijn doe je maar thuis’.

Zulke opmerkingen zetten je aan het nadenken. Waarom doen wij, kerkmensen, dit allemaal? Waarom houden we deze kerk nog open? Kunnen we dit gebouw of deze grond niet beter gebruiken? Een theater, een bioscoop, kunnen we er zó van maken. Waarom komen we elke zondag hier bij elkaar? Kunnen we niet beter een mooie wandeling of fietstochtje gaan maken? Of lekker uitslapen en dan een brunch, elke zondagmorgen? En waarom zulke gekke gewoonten en gebaren in een kerkdienst? Een paar druppels water sprenkelen op een babyhoofdje. ‘Dopen noemen we dat’. Een klein stukje brood eten en een slokje wijn drinken. ‘Heilig Avondmaal’. En dan: bidden! Zo gek als Hizkia maken we het niet: een brief aan God laten lezen… Maar: handen samen, ogen dicht is toch even dwaas? Een kaarsje aansteken – is toch eigenlijk ook gek? En straks: knielen op het knielbankje, de handen opgelegd krijgen en zó gezegend worden voor je taak als ouderling of pastoraal medewerker? Waarom doen we zo ‘gek’?  

Om al dat ‘gekke gedoe’ in stand te houden, gaan we vandaag de kerkenraad weer aanvullen. Nieuwe ambtsdragers. Ouderlingen, pastoraal medewerkers. Kunnen zij hun kostbare tijd niet beter besteden aan de sportclub of aan je favoriete hobby? Waarom nog ‘kerk’? Kunnen we niet beter stoppen met al dat gekke gedoe? 

Ik moet denken aan een kind dat gevallen is en met een geschaafde knie naar mama gaat. Die moet er een kusje op doen. Gek gedoe… Een pleister en jodium moet toch genoeg zijn?

Ik denk aan de jongen die zijn diploma heeft gekregen. Hij fietst direct naar opa om het te laten zien. ‘Opa, ik ben geslaagd’. ‘Mooi, jong, goed gedaan’. Kan dat niet gewoon met een telefoontje?

Ik denk aan de man die ieder jaar op zijn trouwdag zijn vrouw verrast met een grote bos rode rozen. Dan zegt zijn vrouw niet: ‘Zeg, Jan, stop met dat gekke gedoe. Nu weet ik wel dat je van me houdt!’.

Zo is het ook met naar de kerk gaan en met bidden. Natuurlijk: God weet al lang wat wij nodig hebben. Hij weet al lang wat die Assyriërs van plan zijn. Hij weet al lang wat er in die brief staat die Hizkia hem bezorgd. Hij weet al lang waar Hizkia bang voor is.

Maar Hizkia weet nog van niks. Hij zit in de knel. Hij zit in nood. Hij is ten einde raad. Maar hij heeft een vriend, een grote Vriend. Een Vader, een hemelse Vader. Hij weet dat, als hij ergens mee zit, dat hij dan kan aankloppen bij die HEER in de hemel. Hij weet dat er iemand is die tegen hem zegt: ‘Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat je nodig hebt en dank hem in alle gebeden’. Daarom gaat hij naar de tempel. Daarom neemt hij de brief mee. Daarom bidt hij: ‘HEER, hoor en zie. Lees zelf maar!’

Niet omdat de HEER dat nodig heeft, houden wij dat ‘gekke gedoe’ van de kerk in stand. We doen het omdat wij het zelf nodig hebben. We ervaren het als Gods genade. Een mooi rustig plekje om samen te danken en te bidden. Een tempel, een kerk. Vaste gewoonten en rituelen – ons aangereikt door de Heilige Geest. Het helpt ONS om te geloven, hopen, lief te hebben. Elkaar bemoedigen. Met elkaar Gods wil zoeken. Met elkaar de HEER loven.

‘Gek gedoe’? We gaan er nog even lekker mee door!