Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

Volle Kerk

Kerkdienst op 8 juli 2018 te Kudelstaart
Schriftlezing: Jeremia 2:10-13 en Efeziërs 1:15-23

geluidsopname

“God heeft alles aan de voeten van Christus gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld voor de kerk, die Zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult” (Efeziërs 1:22-23)  

Een volle kerk – wie van ons zou dat niet wensen? Het is heerlijk om zondagsmorgens bij elkaar te komen en te merken dat je niet de enige bent. Drommen stromen toe. De kerk stroomt vol. Hoe fijn is het om uit volle borst te zingen in een bomvolle kerk. Hoe mooi is het om met zijn allen muisstil te worden om samen te bidden of te luisteren naar Gods Woord. Een volle kerk is helaas geen vanzelfsprekendheid. Eerder een uitzondering. In onze tijd is de tendens dat de kerken leeg stromen. Als je die kerk een warm hart toedraagt, doet dat pijn. Je piekert je suf over de vraag: ‘Hoe krijgen we lege stoelen of banken gevuld? Hoe krijgen we onze kerk weer vol?’

Toch bedoel ik met ‘Volle Kerk’ vandaag iets anders. Ik ga het niet hebben over de vraag ‘hoe krijgen we de kerk vol?’. Ik ga vanmorgen niet zeggen: ‘De kerk móét vol worden’ - al zou dat mooi zijn. Ik zal jullie misschien verrassen met de uitspraak: ‘de kerk ís vol’. Die uitspraak zuig ik – zoals het een dominee betaamt - niet uit mijn duim. Ik pik hem op uit de Bijbel. Van Paulus. Uit zijn brief aan de Efeziërs.

Deze brief aan de Efeziërs vind ik – eerlijk gezegd - niet het makkelijkste Bijbelboek. Sowieso moet je als je iets van Paulus leest regelmatig diep nadenken over de vraag ‘wat bedoelt hij nu eigenlijk?’. Dat is zeker het geval bij de Efezebrief. Daarbij spant het eerste hoofdstuk de kroon. De brief opent in 1 vers 1 met de gebruikelijke gegevens. Afzender: Paulus. Adres: de gemeente in Efeze. Groet: genade zij u en vrede… Na dit ‘welkom en mededelingen’ barst Paulus los. Volgens de literaire mode van zijn tijd haalt hij al zijn schrijverskwaliteiten direct uit de kast. Ja, dat was toen de gewoonte. Je begint een brief niet kort maar krachtig, maar liefst lang en lyrisch. Paulus’ brief begint als een symfonie met een klaterende ouverture. In twee delen. Alle registers trekt hij open om eerst God te loven. Daarna volgt een indrukwekkend gebed. Dankzegging en voorbede – dat zijn de twee zaken die heel hoofdstuk 1 bevat. In het Grieks zijn het ook niet meer dan twee zinnen. Twee lange, ingewikkelde volzinnen. Eén zin lof en dank; één zin gebed. In de vertalingen noodgedwongen in stukjes geknipt. Gelukkig maar. Dan snappen we er nog iets van. Wij hebben vanmorgen die tweede volzin, dus het gebed van Paulus gelezen. Het gebed van Paulus voor de gemeente, voor de kerk. Niet voor niets voor de kerk. In de hele Efezebrief gaat het steeds over de kerk. Deze brief is eens door iemand genoemd ‘het klassieke document over de kerk’. Als je wilt weten hoe de Bijbel over de kerk denkt, moet je de brief aan de Efeziërs lezen.

Nou, ga er maar aan staan! Toen ik in de afgelopen week deze woorden bestudeerde, voelde ik me als een klein mannetje voor een immens grote kathedraal. Alsof je vlak voor de Nôtre Dame in Parijs of de Dom in Keulen of Milaan staat. Je kijkt je ogen uit. Je loopt er omheen. Je kunt het geheel niet omvatten. Je blikveld is daarvoor veel te klein. Dus concentreer je je op détails. Dat mooie raampje daar. Die ranke zuil. Daarboven een prachtig marmeren beeldje van een engeltje.

Toen ik Efeziërs 1 las, viel mijn oog vooral op de laatste woordjes van dit ingewikkelde hoofdstuk. Zoals ik vroeger aan tafel de laatste woordjes bij het Bijbellezen moest herhalen. Als je het laatste woord had onthouden had je volgens pa en moe goed opgelet en alles begrepen… Die laatste woorden zijn: ‘De volheid van hem die alles in allen vervult’. De volheid – dat slaat op, dat zegt Paulus van de kerk. Het is één van de vele omschrijvingen van de kerk. De kerk is ‘de volheid’. De kerk is dus ‘vol’. Per definitie: ‘vol’.

Waarmee kun je de kerk vergelijken? Daar kun je beelden voor gebruiken. In de Bijbel, ook in de Efezebrief wemelt het van beelden voor de kerk. De kerk is een tempel, waar God woont; een stad op een berg, die niet verborgen kan blijven; zout der aarde, licht der wereld, een kandelaar met zeven kaarsen, de bruid van Christus… Ooit schreef iemand een boek met maar liefst 96 beelden over de kerk. Eén van de bekendste gebruikt Paulus in onze tekst: de kerk is als een lichaam. De kerk is het lichaam van Christus, waarvan wij de ledematen (lidmaten) zijn. Dat komt vaker voor in de brieven van Paulus. Hier werkt Paulus het niet uit. Hij noemt de kerk ‘lichaam’. Wat hij daarna zegt, die laatste woorden dus, is een unieke omschrijving voor de kerk. Het komt in de Bijbel nergens anders voor: de kerk is ‘de volheid van hem die alles in allen vervult’. Het beeld voor de kerk is dus: Een kruik gevuld met water. Vol. Helemaal vol. Boordevol. Zó vol dat hij overstroomt. Als je dus bij de kerk blijft, raak je vanzelf ook vol. Je wordt gevuld met dat levende water. Als je het niet doet, raak je leeg.

Leeg, het tegenovergestelde van vol… We hebben vast wel een idee wat het betekent om ‘leeg’ te zijn. Misschien heb je het wel eens gedacht of gezegd: ‘Ik voel me zo leeg. Ik mis iets. Dat ligt niet aan alle spullen en bezittingen om me heen. Ik heb alles wat mijn hartje begeert. Ik ben gezond en sterk. Een leuke baan, een lieve partner. Toch ben ik leeg en blijf ik me leeg voelen. Een onvoldaan gevoel. Geen voldoening in wat je hebt, in wat je doet. Je kruik is leeg. Het water is op. Opgedroogd.

Sommige mensen beweren dat elk mens zo’n leegte in zijn leven heeft. Dat is niet zo’n gekke gedachte. Ieder mens komt ter wereld met een lege plek, een leeg kruikje in het hart. Een plekje dat gevuld moet worden. Die lege plek probeer je dus te vullen in je leven. Met van alles en nog wat. Je zoekt levensvulling. Verzadiging. Volheid. In genot, in bezit, in relaties… Maar uiteindelijk lukt het niet. Nooit. Omdat dat lege kruikje maar door één ding gevuld kán worden. Door Eén Iemand. Die ene Iemand – dat is God.

De kerkvader Augustinus drukt dit uit met de woorden: ‘Onrustig is mijn hart totdat het rust vindt bij U’. Augustinus wist wat hij zei. Hij probeert namelijk in zijn jonge leven van alles om de leegte te vullen. Hij zoekt het in rijkdom – maar vindt het daarin niet. Hij zoekt het in seksuele losbandigheid – maar vindt het daar niet. Hij zoekt het in de heidense religies – maar ook daar vindt hij het niet. Hij vindt echte levensvulling pas, als God hem roept. Dan geeft hij zijn leven over aan de HEER. Het gaat in hem stromen en bruisen. Zijn kruik vult zich met levend water, met Christus. Of zoals Paulus hem hier noemt: de kruik wordt gevuld met ‘Hem die alles in allen vervult’.

Het echte volle leven, de ware levensvulling vind je dus bij Jezus. In Christus alleen. Paulus heeft even tevoren verteld over de dood, de opstanding en de hemelvaart van Christus. Door de dood van Christus heeft God de wereld gered. Door de opstanding heeft Hij de overwinning behaald. Door Zijn hemelvaart is Hij Koning van de aarde geworden. Hij staat aan het Hoofd. Aan Hem is gegeven alle macht. Vanuit de hemel vult Hij de aarde. Vanuit Christus stroomt het volle leven, het water dat echt ‘vól maakt’. Uit Hem en niemand anders. In het boek Jeremia lazen we dat mensen altijd weer geneigd zijn om het water ergens anders te zoeken. Op de verkeerde plek. Bij afgoden. Wij verlaten ‘de bron van levend water’. Wij zoeken bij andere goden ons geluk. Dat loopt uiteindelijk op niks uit. Je kruikje raakt leeg. Zelfs je hele waterkelder komt droog te staan. Alleen God, alleen Christus kan onze leegte vervullen.

Maar dan zet Paulus nóg een stapje verder. Naar de volle kerk. Daar vind je de bron, die alles in allen kan vervullen. Daar vind je het water van Christus dat jouw kruikje vol maakt. Daar vind je de levensvolheid die Christus ons biedt. De kerk, het lichaam van Christus, is ‘de volheid’.

Dat is een gewaagde uitspraak. In die tijd was Efeze een grote welvarende heidense stad. De christelijke gemeente was er maar een miniem minderheidsgroepje. Een piepkleine sekte van mensen die Jezus wilden volgen. In onze tijd is dat niet anders. De kerk is een randverschijnsel. Op haar retour zelfs. Een krimpend groepje op een grote religieuze markt waar van alles te koop is. Wat een pretentie om dan te zeggen: ‘Hier moet je zijn. De kerk is de volheid. Vol van dat wat ieder mens nodig heeft. Vol van Christus zonder Wie je verloren bent. Hier moet je zijn om je leven écht te vullen’. Dat klinkt toch te verwaand om waar te zijn?

Pas geleden las ik een interview met Maarten Vogelaar, studentenpastor in Amsterdam. Hij doet dat werk vanuit IFES, een internationale christelijke studentenorganisatie. Maarten beperkt zijn taak niet tot de christenen onder studenten. Hij wil juist ook niet-gelovige Amsterdamse studenten bereiken met het evangelie. Dat valt niet mee. Ze zitten echt niet op hem te wachten. Zeker niet op zijn geloof. Zeker niet op God. Heeft ieder mens een leegte die alleen God vullen kan? Als Maarten spreekt met studenten blijkt dat ze niks nodig hebben. Dat ze zichzelf wel redden en gelukkig zijn. Volgens de laatste peiling van het CBS voelt één op de vijf Nederlanders zich zeer gelukkig. Ze geven hun leven een 9 of een 10. Dat heeft – volgens het CBS - te maken met hun opleiding, hun werk, hun gezin. Het heeft blijkbaar niet te maken met of ze al dan niet gelovig zijn. Maarten moet het ook niet wagen dat in twijfel te trekken. Hij moet niet tegen een student zeggen: ‘Jij mist iets. Je hebt een leegte die alleen God vullen kan’. ‘Je wilt me toch zeker niet bekeren?’, vragen ze hem dan. Geen wonder dat Maarten het best moeilijk heeft met zijn opdracht. Je wilt iets kwijt, waar niemand op zit te wachten. Wat hij door de frustratie en teleurstelling heen leert is: leef het dan maar voor. Put zelf maar uit de Bron. Laat zelf je kruikje telkens vullen. Laat merken dat JIJ niet zonder kunt. Dat JOUW leven telkens weer leegloopt, als je weg dwaalt van de Bron. ‘Jij mens, hecht je aan God die met de mens bewogen is’, is de conclusie.

Hecht je aan God. Vul je kruik bij God. Het kan. Het kan hier. In de kerk. De ‘volle kerk’. De volheid, die Jezus geeft, is hier te vinden. Nou ja, ‘hier’? Zó beperkt en bekrompen is het niet. Want de ware kerk is niet gebonden aan ons gebouwtje. De ware kerk is wereldwijd. De ware kerk is overal waar twee of drie samenkomen. Jij, u en ik zijn de kerk. Als wij bij elkaar komen in Jezus’ Naam. Samen bij de Bron. Om water te putten. Onze dorst te lessen. Elkaar te drinken te geven.

Wij hoeven de kerk niet vol te maken. De kerk maakt óns vol. Totdat alles vervuld is. Totdat God zal zijn alles in allen.