ZENDING IN HET MORGENLAND
Door drs. Hans van Dalen, Varsseveld
Als
bewoners van het ‘Avondland’ duiden wij met ‘Morgenland’ het gebied aan, waar de
zon opkomt. Wij in het ‘westen’ zien het licht opgaan in het ‘oosten’. Niet
alleen letterlijk ‘daagt het in het oosten’. Ook het Licht der wereld begon daar
te schijnen. In het Midden-Oosten ligt de geboortegrond van onze Here Jezus
Christus. Daar ligt ook de bakermat van de christelijke kerk: in Antiochië,
tegenwoordig een Syrische stad, werden Jezus’ volgelingen voor het eerst
Christenen genoemd (Handelingen 11:26)
Verlegenheid
Het zou voor de hand liggen, dat wij in het ‘Avondland’ hartelijk verbonden zijn met de broeders en zusters in het ‘Morgenland’. Zó vanzelfsprekend blijkt dat niet te zijn. Er heerst eerder een soort verlegenheid. We beseffen misschien niet eens, dat er christenen in het Midden-Oosten zijn. Het is voor ons het territorium van de Islam of – in Israël – het Jodendom. Als we al weten, dat er christenen zijn, dan denken we vaak aan een soort christendom, dat ver van ons als protestanten afstaat. Dat is een misvatting, waarvoor de Morgenlandzending ons vanouds de ogen opent.
Armeniërs
In 1922 werd in Straatsburg ‘Action Chrétienne en Orient’ (ACO) opgericht. De predikant Paul Berron en de verpleegster Hedwige Büll behoorden tot de pioniers van deze zendingsorganisatie. Beide zijn er van den beginne garantie voor, dat geestelijke en lichamelijke zorg hand in hand gaan. Zorg voor lichaam en voor ziel werden nooit als tegenstelling gezien, maar als onlosmakelijk met elkaar verbonden. Oorspronkelijke doelgroep van de ACO was niet de inheemse bevolking van het Midden-Oosten. Het waren de Armeniërs, die in groten getale uit de onderdrukking in het Turkse rijk waren gevlucht. Velen waren in Syrië terecht gekomen. In Europa was er in bepaalde protestantse kringen grote interesse voor het lot van vervolgde Armeniërs. Op de Internetsite Youtube vond ik een ‘stomme film’ uit 1926. Het gaat over een Armeens meisje, dat door de Turken verkocht is aan bedoeïenen. Ze wordt door een Deense zendelinge bevrijd uit haar slavernij. We zien hoe ze feestelijk wordt ontvangen in het weeshuis van een zendingsorganisatie in de Syrische stad Aleppo. Zulke verhalen brachten christenen in Europa tot gebed en hulpverlening. De Nederlandse Cato de Witte kwam in contact met Paul Berron. Vanuit de gemeenschapsbond kwam het in 1926 tot de oprichting van een Nederlandse tak van ACO. De Morgenlandzending bracht met het blad Morgenland sindsdien protestantse christenen uit ons land in contact met het wel en wee van geestverwante broeders en zusters in het Midden-Oosten.
Liefde van Christus
De hulpverlening en evangelisatie werden niet beperkt tot de Armeniërs. Ook de Arabische bewoners van Syrië en Libanon werden benaderd vanuit de liefde van Christus. Ook geografische grenzen werden overschreden: er groeiden contacten met Iran, Algerije, Egypte en Yemen. De Arabische wereld is zeker niet het makkelijkste zendingsveld. Met name in Iran kent de prille kerkgeschiedenis inmiddels haar martelaren. De christenen zien het als hun roeping om in getuigenis en dienst de liefde van Christus te laten zien. Ds. Th. P. Pol, die een boekje schreef over de Morgenlandzending, vat het zendingswerk samen met de woorden: ‘het assisteren van christenen om in hun situatie wervend aanwezig te kunnen zijn en om tegenover de moslim naaste voor te leven, dat de liefde van Christus het geheim van de zending is’.
Assistentie
Opmerkelijk hierbij is het woord ‘assistentie’. Vanaf het begin zochten de Europese ACO-partners samenwerking met bestaande protestantse kerken, die in de 19e eeuw uit Schots en Amerikaans zendingswerk waren ontstaan. Het kwam tot omzetting van een eenzijdige zendingsrelatie tot een wederzijdse partnerrelatie tussen de West-Europese organisaties en de oosterse kerken. In 1995 werd daarvoor een Fellowship opgericht. Hierin participeren vanuit Europa de Franse, Zwitserse en Nederlandse tak van de Morgenlandzending. Vanuit het Midden-Oosten zijn het de National Evangelical Synod of Syria and Lebanon, de Union of Armenian Evangelical Churches en de Synod of the Evangelical Church in Iran.
Thuisfront
Ook op het thuisfront was de Morgenlandzending niet bang voor verandering. Men zocht vlak na de Tweede Wereldoorlog toenadering tot de Hervormde Raad en de Gereformeerde Deputaten voor de zending. Dat resulteerde in een hartelijke verbondenheid. Nog verder ging de samenwerking met de GZB. De achterban van de Morgenlandzending behoorde voor het grootste gedeelte tot orthodox piëtistische kringen. In het zendingswerk werd de persoonlijke overgave van Christus en het werk van de Heilige Geest in de harten van mensen fundamenteel geacht. In de GZB vond men daarin een bondgenoot. Van overleg is het uiteindelijk gekomen tot een volledige integratie. De Morgenlandzending is nu opgenomen in de sectie Midden-Oosten van de GZB.
Voortgang
Het zendingswerk in het ‘Morgenland’ heeft zich de laatste jaren een vaste plaats verworven binnen de GZB. Onder leiding van regiocoördinator ds. Ir. R. Mauritz worden de contacten met de Fellowhip in stand gehouden en het werk van bemoediging en toerusting in het Midden-Oosten voortgezet. Dat de GZB hiernaast ook nog een ‘luisterpost’ in Jeruzalem voor het Jodendom heeft, is niet alleen onvermijdelijk spannend, maar ook principieel onontbeerlijk. De Morgenlandzending is als organisatie opgehouden te bestaan, maar de zending in het Morgenland gaat onverminderd voort. Daarmee blijft de oude droom, waarmee de Action Chrétienne ooit werd opgericht, levend: ‘Christus zelf en Zijn evangelie moeten verkondigd worden. De verbroken harten moeten genezing vinden. Mogen ook de knieën van de trotse kinderen van Mohammed zich eenmaal buigen in de Naam van Jezus. Dan zal de Oriënt weer een Morgenland worden’.