|
Preek voor 'Anders dan Anders'-dienst te Bredevoort zondag 25 september 2011 Schriftlezing: Handelingen 2:42-47 In deze dienst waren we met elkaar in gesprek over de toekomst van de kerk |
Het moet prachtig geweest zijn
– vlak na het Pinksterfeest in Jeruzalem.
Ik zie in mijn gedachten een klein zaaltje. En dat zaaltje zit boordevol.
Allemaal mensen bij elkaar. Vrouwen, mannen, jongeren en grijsaards. Keurige
mensen en landlopers. Van allerlei soort en snit, rangen en standen – allemaal
verschillend, maar allemaal gelijkgericht. Allemaal gericht naar die vrouw, die
in het midden van de kring staat. Die getuige van de opstanding van Jezus. En
nog maar weer eens vertelt ze haar verhaal. Hoe ze bij het graf kwam en het graf
was leeg.
Daarna komt een apostel aan het woord. Je weet wel: zo’n leerling van Jezus. Eén
van de twaalf. Hij vertelt over hoe het was met Jezus. Wat Hij gezegd en gedaan
heeft vóór zijn dood en opstanding. Ademloos luisteren de mensen. Als het
voorbij is gaan ze eten – samen eten. Ze breken het brood. Ze zingen, loven,
bidden. Het is feest in dat overvolle zaaltje te Jeruzalem. Er zijn nog veel
meer van die zaaltjes. Elke eerste dag, elke zondag, komen de eerste christenen
er bij elkaar. Altijd is alles vol. Want trouw zijn ze: Trouw aan het
onderricht: het Woord van God. Trouw aan de tempel: het huis van God. Trouw aan
hun Joodse wortels. Trouw aan de HEER.
En eensgezind: dat zijn ze ook. ‘Eensgezind samen in de tempel en bij elkaar
thuis om brood te breken’. Samen eten schept verbondenheid, vriendschap,
gemeenschap. Je eet met je vrienden. En vooral met je grootste Vriend. Aan het
Avondmaal. Brood wordt gedeeld; wijn wordt geschonken. Daarin zijn ze één.
Bovendien delen ze met elkaar, wat ze hebben. Deuren gaan gastvrij open. Niemand
zit op zijn centen. Als iemand iets nodig heeft, dan wordt er voor gezorgd.
Niemand lijdt gebrek.
Hun manier van omgaan met elkaar is voorbeeldig. ‘Ze staan in de gunst bij het
hele volk’. Door de open vensters, over de schouders heen kijkt de buitenwereld
mee. Het hele volk spreekt er van. Met warme sympathie!
En hóór eens even: 'Op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met
ongeveer drieduizend'. Een spectaculaire groei van 3000 zielen op één dag. En
daarna groeit het gestaag door: dagelijks komen er gelovigen bij. Elke dag meer
en meer!
Ik zie het voor me. Het ging goed met de kerk… Het GING… Ik zie, ik zie… wat ik
niet meer zie… Nostalgische terugblik op vervlogen tijden. TOEN alles nog koek
en ei was! In kwantiteit, in kwaliteit. Het gouden begin. Ja, het begon zo goed…
Eenmaal, heel lang geleden en heel ver weg klinken die woorden over die
groeiende, bloeiende kerk. Sprookjesachtig! ‘Er was eens…’. Maar het duurde niet
lang en eindigt niet gelukkig…
Wat was het mooi! Helaas – voltooid verleden tijd. ‘Das war einmal…’
Nou, je wordt bedankt: Is het wel verstandig om dit mooie plaatje uit de oude
doos te halen? Je raakt er depri van... Het is zo frustrerend... Je krijgt de
neiging om weemoedig achterom te kijken, het verleden te verheerlijken: ‘Weet je
nog oudje, van toen?’ Vroeger, was alles beter…
Nee, DAT is dus niet de bedoeling. Geen nostalgie en goeie-ouwe-tijd-gevoel...
Geen verheerlijking van het verleden. Daar schiet je niets mee op. DAT wil de
Bijbel ons ook helemaal niet bijbrengen. Het boek Handelingen wil zeggen: de
Handelingen van Jezus zijn niet voorbij. Pinksteren was het - Pinksteren blijft
het. De Geest IS uitgestort; de Geest BLIJFT uitgestort. De Geest waait door.
Het feest gaat door. Maar dan wel: Altijd op die typische manier van het
Koninkrijk. Met het kleine gaat God aan de slag. Met het geringe doet God zijn
werk. Tussen grote dikke, maar dorre dode takken groeien kleine tere twijgjes…
Ook onder ons - in de tegenwoordige tijd. Nog steeds! Let er maar op…
Nog steeds zijn er kerkdiensten, waarin de Bijbel wordt uitgelegd, het brood
gebroken en de wijn geschonken.
Nog steeds wordt er gezongen, gebeden, gedankt.
Nog steeds is er trouw van mensen. Gewone mensen, die zich – soms jaren lang –
inzetten voor dat kleine stukje kerkenwerk of vrijwilligerswerk, dat ze op zich
hebben genomen. Kinderdienst, commissie zus of zo, jeugdwerk, kerkenraad,
werkgroep, diaconie, pastoraat, kerkbeheer. Inzet voor wereldwinkel,
Vluchtelingenwerk of Amnesty. Het zal de krant niet halen. En zeker niet de
wereldpers! Laat dat maar zo zijn. Het hoeft niet aan de grote klok. Laten we
maar bescheiden blijven. Dat past bij dat Koninkrijk. Er loopt trouwens ook best
heel wat mis. Maar – alsjeblieft - veracht de kleine dingen niet. Want de HERE
God Zelf doet dat niet. Het is niet ons werk. Het is aan God Zelf te danken. Het
zijn niet onze Handelingen; het zijn de Handelingen van de HEER. Het is werk van
de Geest, die bij voorkeur KLEIN begint. Bij ons als kleine mensen, kleine
gemeente, kleine kerk. Met onze beperkte mogelijkheden. Met ons kleine geloof.
De Heilige Geest werkt in ons midden. En wij mogen meewerken. Ons in laten
schakelen in het werk van God.
En die groei dan? Die spectaculaire groei van drieduizend op één dag? Mensen,
die toestromen! Buitenstaanders, die plotseling bij die kerk willen horen...
Volle kerkdiensten! Niet halfvol, maar BOORDEVOL? Wat zou het mooi zijn! Zeker
weten! Wie van ons zou dat niet wensen?! Maar laten WIJ ons er niet blind op
staren. Dat is namelijk onze zaak niet. Het ligt niet in onze macht. Het zaad
ontkiemt – als de boer slaapt. Als je het goed bekijkt, is dát dus geheel en al
Gods werk. ‘De HEER breidde hun aantal dagelijks uit’, zo staat er. Dát is dus
niet ons pakkie-an. Van ons wordt trouw gevraagd. Eensgezindheid. Gezamenlijk
optrekken. Verbonden met elkaar en met de HEER. Trouw aan Gods Woord. Zó gaat-ie
goed, zo gaat-ie beter! Dat is geen blind optimisme. Geen ‘Ratelband’ ‘Tsjakka’
mentaliteit. Dat is rekening houden met de kracht van de Geest van God. De Geest
die ons vol maakt van Gods liefde. Boordevol.