Veilig in de Ark...

Preek voor de doopdienst te Varsseveld

zondag 2 oktober 2011

 Schriftlezing: Genesis 6:9-22 en Hebreeën 11:1-7

In deze dienst werden Sven, Lorena, Emma en Bastiaan gedoopt

 

‘Klop! Klop!....gaat het maar. De hamer danst maar op en neer…. Klop! Klop! Klop! Die man daar werkt maar dapper door. Hij is al oud; maar hij is nog heel sterk. Hij bouwt een schip, een héél gróót schip…’.
Onvergetelijk… die dierbare minuutjes aan het einde van de dag. Nooit vergeten herinnering aan je kinderjaren. Je ligt lekker warm onder de wol. Je moeder zit naast je bed. Je moeder leest voor. ‘Klop! Klop! Klop!’ Ze leest één van die prachtige verhalen uit de kinderbijbel van Anne de Vries of W.G. van der Hulst. Je hebt ze al vaker gehoord. Je kunt ze wel dromen, maar je wilt ze steeds weer horen. Het zijn verhalen uit het leven gegrepen. Je ziet ze gebeuren. Het is als ‘ik stond erbij en ik keek ernaar’. Verhalen gaan voor je leven. Je ziet, hoe Noach aan de slag gaat. Je ziet, hoe hij bomen kapt, hout verzamelt. En dan zagen – planken zagen. Heel veel planken. Je ziet, ja hoort hoe Noach samen met zijn drie zoons Sem, Cham en Jafeth gaat hameren. ‘Klop, klop, klop!’. Je ruikt de geur van houtkrullen en de doordringende stank van gesmolten pek. Je beleeft, hoe de boot langzaam maar zeker vorm krijgt. Een boot – ongekend groot! Zo groot als een mammoettanker. Pakweg 150 meter lang, 50 breed en 30 hoog. Maar in de oude kinderbijbel klonken plechtig ouderwetse lengtematen: “300 el bij 100 el bij 60 el…” En kijk, als de boot in de vallei klaar ligt, komen allerlei dieren vanaf de heuvels naar beneden. Twee aan twee, zij aan zij… En uiteindelijk zie je ook Noach met zijn familie de Ark binnen gaan en de deur wordt gesloten. Het klinkt zó spannend, maar ook zo hartverwarmend mooi… Want door de warme stem van je moeder aan je bed, blijf jij niet buiten de ark staan. Je voelt je opgenomen in een razend spannend avontuur, maar tegelijk onbeschrijfelijk veilig en geborgen. Ook jij mag de ark binnen en daar van al het spelen moe, sluit jij beide oogjes toe.
Maar ja, dat is allemaal verleden tijd en lang geleden. Je bent intussen groot geworden. Ouder en wijzer, zullen we maar zeggen. Je staat op eigen benen. Je hebt inmiddels geleerd je verstand te gebruiken en niet alles voor zoete koek te slikken. Je bent er niet bij geweest. Je hebt het van horen zeggen. Je wilt niet zomaar alles geloven. Dus heb je lastige vragen. Hoe zit dat nu met die watervloed? Was het echt zó erg? En was die boot echt zo groot? En waren het echt wel alle dieren, die de Ark in gingen? Of hebben ze - om mijn kinderlijke fantasie te prikkelen – toch een tikkeltje overdreven? Heel de aarde onder water? Ik geloof niet dat dat kan. Kunnen ze op Discovery Channel daar niet eens iets over vertellen? Of moeten we eens naar die Nederlandse timmerman, die de Ark aan het namaken is. Hij is bijna klaar, heb ik me laten vertellen. Vanaf 2012 kun je de Ark bewonderen in de haven van Dordrecht. Zal ik het dan beter begrijpen, dit sprookjesachtig verhaal?
Nog veel moeilijker is de vraag: wat heeft God er mee te maken? Hoe is Zijn inbreng in het verhaal? Dat vertelde die oude kinderbijbel er altijd bij… en je moeder las ook dat braaf voor. ‘Het was Gods straf. Het was Gods oordeel over de wereld’. Op zekere dag had Noach een stem gehoord. De stem van God. God had aan Noach verteld, wat Hij ging doen. HIJ ging de aarde verderven, want de aarde was verdorven. De wereld was te slecht voor woorden. Mensen leefden alleen voor zichzelf. Met ellebogen, vuisten of wapens baanden ze zich een weg in de wildernis. De aarde was een oerwoud aan het worden van ‘ieder voor zich’. Er moet dus een daad gesteld worden. Zo kan het niet langer…,vindt God.
Vroeger, als kind, kon je dat wel begrijpen. Als je iets verkeerds gedaan hebt, moest je vroeg naar bed of kreeg je – toen dat nog mocht – een pak voor je broek of een draai om je oren… Maar als ik er nu over nadenkt? ‘Ik weet het niet , hoor. Wat een wreed verhaal is het eigenlijk! God heeft toch alles gemaakt en dan maakt Hij het helemaal kapot. Onbegrijpelijk. God is toch… liefde?’ Als je die vragen stelt, kan niemand het antwoord geven.
En het einde kwam… ‘Tik! Tik! Tik’ – regendruppels spetteren op het hout van de Ark. Buiten wordt het donker en koud. Binnen blijft het warm en droog. Noach steekt een olielampje aan…’. Je moeder leest verder aan de rand van je bed. Het geeft je een veilig gevoel’.
Ja, een heerlijk gevoel… Dat had je, zelfs bij dit schokkende verhaal – zo voor het slapen gaan. Moeder kon het zo mooi vertellen. Je viel gerust in slaap.
Maar nu, ouder, wijzer, kun je niet altijd meer rustig slapen. De wereld is helaas geen warm nest, geen warm plekje onder de wol. Je voelt je blootgesteld aan duizend zorgen en duizend vragen. Je leest de krant en kijkt TV. Je merkt dat die zondvloed geen verleden tijd is. Als je terugdenkt, niet eens ver in de geschiedenis, dan zijn er zoveel verschrikkelijke rampen geweest. Letterlijke overstromingen, watersnoden en tsunami’s. Maar ook op andere manieren barsten de stormen los boven de aarde. Oorlogen en aanslagen, aardbevingen en lawines, enge ziektes en bizarre ongelukken. Verschrikkingen door mensenhanden of natuurrampen door onzichtbare handen aangericht. Niet altijd wereldwijd of even groot als die vloed van Noach. Maar wat maakt dat uit, als JOUW wereld instort? En dat kan zo maar gebeuren. Als je dat tot je door laat dringen of – erger nog – als het jou overkomt, zou je toch geen oog meer dicht doen? Dan voel je je alleen in de donkere wereld. Dan zie je donkere wolken op je afkomen. Boven mij barst de zondvloed los.
En waar is God dan? Wat heeft Hij ermee te maken? Wat kan Hij eraan doen? Is het nog steeds zo, als in het verhaal: Zijn straf, Zijn oordeel, Zijn rechtvaardig ingrijpen? Dat zullen we tegenwoordig niet meer zo snel zeggen. Dat hoeven we ook niet te zeggen. Niet omdat we het niet kunnen geloven, maar omdat we dat niet hoeven te geloven. We hebben God leren kennen in Zijn Zoon, Jezus Christus. Hij is niet naar de aarde gekomen om te veroordelen, maar om de wereld te redden. Hij is gekomen om Zijn leven te geven en de weg naar God voor ons vrij te maken.
Je zou het zo kunnen zeggen: we leven in de mooie, fijne, prachtige vallei, die leven heet. We zijn er hopelijk lang en gelukkig en bewegen er onbezorgd onder een stralende hemel. Maar plotseling komen donderwolken aanrollen. Voor je het weet verandert die mooie wereld in een nachtmerrie. Wat een geluk om dan te weten, dat er een Ark staat. Een reddingsboot met een open deur. In de open deur van die Ark staat Jezus en Hij roept ons. Hij nodigt ons uit om bij Hem te komen. Bij het naar binnen gaan ontvangen we Zijn Naam met een paar waterdruppels op ons voorhoofd. Teken van redding uit het water van de dood. Bij Hem vinden we eeuwig leven. Bij Hem zijn we altijd geborgen. Hij bewaart ons voor de ondergang. Tot Hem mogen wij komen en we mogen onze kinderen meenemen. Klein en kwetsbaar als ze zijn, mogen we hen aan de HEER toevertrouwen. Met deze ‘Ark’ varen we naar de overkant.
En elke avond, voor het slapen gaan, luisteren we naar een verhaal. Kinderen dromen erbij weg. Wij, ouderen, volwassenen, mogen worden als een kind.
Even alle vragen opzij zetten – je krijgt op heel veel vragen nooit een antwoord.
Even alle twijfels aan de kant – je raakt ze helaas nooit kwijt.
Maar dan toch, net als een kind, vol vertrouwen slapen gaan
En elke morgen weer met frisse moed op staan.
Want Hij is bij mij in de Ark. Hij draagt me door de nacht, door de storm, door het leven. Hij is mijn HEER, mijn Herder.
 

 

terug naar beginpagina