|
De laatste vraag Preek voor zondag 23 oktober 2011 Antoniuskapel, Sinderen Schriftlezingen: Psalm 110 en Matteüs 22:34-46
Matteüs 22:41 Nu de farizeeën om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag: 42 ‘Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?’ ‘Van David,’ antwoordden ze. 43 Jezus vroeg: ‘Hoe kan David hem dan, geïnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt: 44 “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” 45 Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?’ 46 En niemand was in staat hem een antwoord te geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen. |
“Is er misschien nog iemand, die een laatste vraag wil stellen?”. Je kent dat wel: Aan het einde van een lange vergadering, als iedereen zich klaarmaakt om naar huis te gaan. De voorzitter ziet dat deze of gene al een beetje onrustig begint te schuiven op zijn stoel. Hij verzoekt daarom om de laatste vraag te stellen: ‘Is er nog iemand…?’. De laatste vraag: dat moet geen akkefietje zijn. Wat een afknapper, wanneer er iemand opstaat om een muggezifterig vraagje te stellen! Een laatste vraag moet dringend zijn. Een laatste vraag moet echt niet kunnen wachten tot een volgende vergadering.
In ons tekstgedeelte stelt Jezus een laatste vraag. Er is al heel wat aan de orde geweest tussen Jezus aan de ene kant en de Joodse geestelijkheid aan de andere kant. Het begon met de vraag van de Farizeeën aan Jezus of het toegestaan is de keizer belasting te betalen. Vervolgens kwamen Sadduceeën met de vraag of er een opstanding uit de dood is en hoe Jezus zich dat dan wel voorstelt. Daarna zijn de Farizeeen weer aan zet met de vraag, wat het grootste gebod in Gods Wet is. Zeg nou zelf: stuk voor stuk zeer belangrijke vragen over brandende kwesties. Politiek, religie en ethiek komen achtereenvolgens aan de orde. Stuk voor stuk klinken de antwoorden uit de Heilige Schrift. Het licht van Gods Woord schijnt over de hele werkelijkheid…
En dan, tenslotte, komt Jezus Zelf aan de beurt. Hij stelt zelf nog een laatste vraag aan de verzamelde Schriftgeleerden. “Wat denkt u over de messias? Van wie is Hij een zoon? Van wie is de messias een zoon?”.
Nou, zeg… me dunkt: zo'n vraag valt tegen. Zeker als laatste vraag! Een muggezifterig akkefietje? Een kleinigheidje ? Dát wil ik niet meteen zeggen…. Het is een vraag, die geregeld de theologen stevig bezig houdt en waarover al vele boeken vol geschreven zijn. Tot op de dag van vandaag, want afgelopen week kwam het langverwachte boek van dominee Klaas Hendrikse uit onder de veelzeggende titel: ‘God bestaat niet en Jezus is zijn zoon’. Ik heb het nog niet gekocht, nog niet gelezen, heb alleen wat informatie uit de krant, zal er dus geen oordeel over geven, maar één ding staat in elk geval vast: er zullen weer heel wat mensen 18 euro voor het boek over hebben. De vraag ‘Wie is Jezus ?’ is dus nog steeds een actuele vraag. Maar om nou te zeggen, dat het geschikt is als laatste vraag? Een belangrijke vraag, die niet kan wachten tot de volgende vergadering? ‘Van wie is de messias een zoon?’. Je zou zeggen: dat is toch in elk geval geen vraag voor de praktijk van alledag. Dat lijkt toch een theoretische vraag, niet waar?
Nee, neem dan die vorige vragen in het gesprek tussen Jezus en de Schriftgeleerden! Die eerste vraag over de politiek. Over je houding tegenover de overheid. Hoe je moet staan tegenover de Romeinse keizer. En die tweede vraag over een uitermate boeiend religieus onderwerp: de opstanding uit de dood, het leven na dit leven. Of die derde vraag op het gebied van de ethiek. Over het belangrijkste van Gods geboden. Dat heeft toch direct te maken met ons leven. Alle drie vragen geven richting aan onze principes, onze normen en waarden.
Dan is deze vraag van Jezus toch een anticlimax? Geen dringende “laatste vraag”. Geen levensvraag. Hooguit voer voor theologen en andere hooggeleerde of eerwaarde heren en / of dames. Van wie de messias een zoon is? Die vraag kan wel wachten tot morgen of overmorgen.
Toch stelt Jezus deze vraag. En Hij stelt hem als laatste vraag. Na deze vraag is het gesprek in het evangelie tussen Hem en de leiders van Zijn volk afgelopen. Definitief. Lees het maar na: Hierna wisselen Jezus en de Schriftgeleerden met elkaar geen woord meer. Hierna hebben ze elkaar niets meer te zeggen of te vragen. Er klinken alleen nog scheldwoorden, vervloekingen en verwensingen. Er worden alleen nog maar spottende vragen over de HEER uitgestort. Als Hij Zijn lijdensweg gaat. Als beklaagde. Van Gethsemane naar het gerechtshof van hogepriester Kajafas. Opvallend genoeg stelt de hogepriester dan een vergelijkbare vraag aan Jezus: ‘Zeg ons of u de messias bent, de Zoon van God’. Maar dan is het de vraag in een kruisverhoor voor een misdadiger. Dan heeft men het antwoord al lang klaar. En op grond van dat antwoord wordt Jezus aan het kruis geslagen. Met boven zijn hoofd het bordje: Koning der Joden.
Blijkbaar is deze LAATSTE vraag voor Joodse geestelijkheid de druppel, die de emmer doet overlopen. Er rest na DEZE vraag nog slechts één ding: “Weg met Hem, kruisigt Hem !”. ZO belangrijk is blijkbaar deze vraag. Ze heeft beslist over dood of leven.
En nu weet ik niet, welke vragen er vanmorgen bij jou leven. Ik neem aan, dat je, als je naar de kerk gaat, probeert om oppervlakkige vragen van het dagelijks leven thuis te laten. Dit uur op zondagmorgen stel je niet de vraag, welk koekje je straks bij de koffie moet presenteren. Of wie er straks de afwas zal doen. Of wie vanmiddag in Amsterdam de klassieker gaat winnen. Hier in de kerk gaat het over belangrijker zaken. Hier in de kerk moet het bijvoorbeeld gaan om die politieke vraag, hoe je je moet gedragen tegenover de overheid. Of om die uitermate boeiende religieuze vraag, hoe het zal zijn bij de opstanding uit de dood. En natuurlijk gaat het hier om de vraag, wat het grootste gebod is van allen.
Maar blijkbaar - verbazingwekkend, maar we kunnen er niet om heen – is voor Jezus één vraag de laatste vraag, die gesteld MOET worden: ‘Wat denkt u over de messias?’. En het antwoord op die laatste vraag is blijkbaar belangrijker dan het antwoord op alle andere vragen.
Belangrijke vragen: We kunnen er wel een paar opnoemen. Hoe moet het gaan met de vrede in de wereld na de dood van Gadaffi en de vrijlating van de Israëlische soldaat Gilád Shalit? En hoe zal het gaan met het milieu, nu de opwarming van de aarde toch echt een feit lijkt te zijn? Hoe zal het gaan met de honger in Afrika en de overstromingen, die telkens weer plaatsvinden?
Belangrijke vragen. Ze zijn er ook in ons eigen leven: Hoe kan ik gelukkig worden en gelukkig blijven? Welke opleiding moet ik straks gaan volgen? Hoe houd ik mijn huwelijk in stand? Hoe voed ik mijn kinderen op? Hoe vind ik een nieuwe baan? Hoe ga ik om met mijn ziekte, mijn handicap, mijn ouderdom, mijn arbeidsongeschiktheid, mijn werkeloosheid? Hoe moet het gaan met mijn bedrijf in economisch slechte tijden? Hoe moet het als ik mijn huis niet kan, maar wel MOET verkopen? Hoe houdt ik dan het hoofd boven water?
Vragen, vragen, nog eens vragen. Belangrijke vragen. Levensvragen.
En zet daar nu eens die laatste vraag van Jezus naast: ‘Wat denkt u over de messias? Van wie is Hij een zoon?’.
Het lijkt niet eens zo’n moeilijke vraag trouwens. Een beetje schriftgeleerde met een beetje bijbelkennis kan het antwoord zo geven. De Farizeeën hebben hun antwoord dan ook klaar: De Messias? Dat is “de zoon van David”. Geen twijfel mogelijk. Zo staat het in de Schriften geschreven. Het is de vaste belofte van de HEER aan David zelf. Voor eeuwig zal Davids nageslacht regeren te Jeruzalem. We hebben het gezongen in Psalm 132: “Daar zetelt de gezalfde Zoon, in Davids stad, op Davids troon, al wie Hem haatten schamen zich en bloeien zal zijn koningskroon!’.
De laatste vraag van Jezus lijkt geen moeilijke vraag: De messias is Davids Zoon.
Ik weet trouwens niet of het je opvalt, maar Jezus stelt zijn vraag in de derde persoon. Hij heeft het over “de messias”. Hij noemt dus niet Zichzelf. Hij vraagt niet: "Wat denken jullie over Mij, wiens Zoon Ik ben?". De Farizeeën zouden het antwoord op die vraag nog makkelijker en sneller hebben gegeven. Daar hoefden ze niet eens hun Bijbelkennis voor uit de kast te halen. Dat wisten ze ZO ook wel. Jezus van Nazareth is voor hen bij voorbaat afgeschreven: Hij is een volksverlakker, een verleider, een wijnzuiper en een veelvraat, een vriend van hoeren en tollenaars. Geen twijfel mogelijk! Jezus van Nazareth ? "Weg met Hem, kruisigt Hem".
Zoals veel mensen tegenwoordig niet lang hoeven na te denken over de naam “Jezus”. “Jezus” is die ouderwetse godsdienststichter. Hooguit een goede man uit het geschiedenisboekje. Geen figuur om tegenwoordig rekening mee te houden. Geen persoon om wakker van te liggen. Hooguit een stopwoord - de kortste vloek: Jezus ...
Hoe zou Jezus dat nu zelf vinden? Hoe zou Hij reageren als mensen Hem in een hoekje zetten? Hij verheft Zijn stem niet op de straat. Hij klimt niet op een spreekgestoelte om Zichzelf te bewijzen of aan te prijzen. Hij voert geen reclamecampagne om meer naamsbekendheid te krijgen. Hij vraagt niet uitdagend, provocerend aan zijn tegenstanders: ‘Kom op: Wat denken jullie van Mij?’. Hij vraagt het subtiel, in de derde persoon: “Wat denkt u over de messias?”.
En vervolgens knoopt Hij aan bij het juiste antwoord, dat de Farizeeën geven. Het Bijbels antwoord: Messias, Zoon van David.
Zo is Hij ook Jeruzalem binnengetrokken. Als Zoon van David op een ezel gezeten. De mensen hebben hem toegejuicht – “Hosanna, voor de Zoon van David”. “Zoon van David” - Is het dan eindelijk zover? Koning van Israël - een nieuw rijk van vrede. “Bloeien zal zijn koningskroon”.
"Zoon van David". Het antwoord van de Farizeeën. Maar Jezus laat het hier niet bij. Hij gaat verder. Hij vraagt door. Eén vraag verder. Een typisch gesprek onder Joodse Schriftgeleerden ontspint zich. Zoeken, bladeren in die “rijke schat van wijsheid”, Gods Woord. Schrift met Schrift vergelijken. Jezus haalt Psalm 110 erbij. “Een Psalm van David: “De HEER spreekt tot mijn heer”. God de HEER spreekt tot mijn heer", zegt David. David heeft dus blijkbaar naast zijn God, de HEER, NOG een HEER. Blijkbaar is er NOG iemand, die het over hem te zeggen heeft. En wie is dat dan?
‘Dat moet de messias zijn’, luidt het antwoord van een schriftgeleerde. De Christus, de messias, is niet in één Naam te vangen. Hij is Davids Zoon. Maar Hij is veel meer dan dat. Hij is Davids HEER. HEER van David. HEER der wereld. HEER van jou en ook van mij.
En dát maakt deze vraag zo belangrijk! Bij alle vragen, die wij hebben. Moeilijke, onzekere, twijfelende vragen,
Het leven is vaak meer vraag dan antwoord.
Hoe moet het gaan; hoe zal het gaan, als alles wankelt?
De toekomst duister. De wereld een puinhoop.
En wij zijn zwak van kracht en klein van geloof.
Maar weet één ding zeker: Er is een HEER.
De HEER, die hemel en aarde gemaakt heeft. De HEER, die trouw blijft tot in eeuwigheid. De HEER, die MIJN herder is. De HEER, die is en die was en die komt. De HEER, die gekomen IS als Davids Zoon, lang verwacht.
Jezus Christus is HEER. Hij is gekomen naar Jeruzalem om te lijden, te sterven. Hij neemt de zonde der wereld en draagt die tot op het kruis. Om daarna op te staan en op te varen naar de hemel en te zitten aan Gods Rechterhand, die ook voor ons pleit. Hij is de HEER.
Wat denk je ervan? Wat denk je over de messias? Zoon van David, Heer van David…
De laatste vraag, die Jezus aan de Farizeeën stelt. Zij geven geen antwoord. Zij draaien zich om en keren Jezus de rug toe.
Die laatste vraag is ook aan jou en mij gesteld. “Wat denk jij over de messias? Davids Zoon, Davids HEER. Maar… ook JOUW Heer? Heer van jouw leven? Wat is daarop JOUW antwoord?
Je moet, je mag het zelf zeggen. ‘Hij is mijn HEER. Ik zal Hem proberen te volgen. Doen wat Hij zegt. Gaan, waar Hij gaat. Ik wacht op Hem, want: Hij komt - En ALS Hij komt, dan zijn er geen vragen meer.
“Kom, HEER, Jezus, kom haastig”.