|
Preek voor Oudejaarsdag 2011 Grote Kerk Varsseveld / Keurhorst, Sinderen Schriftlezingen: Jesaja 40:1-8 en Matteüs 7:25-27 |
Waar kun je op bouwen? Waar kun je op vertrouwen? Wat is zo betrouwbaar, dat je
er je leven op kunt baseren?
Het beeld van een huis bouwen, dat Jezus in de gelijkenis gebruikt, hoeft
nauwelijks uitleg. In een huis zoek je de bescherming van vier muren en een dak.
Een plekje om te schuilen tegen de regen en tegen overvloedige zonneschijn. Maar
een huis is meer dan dat: je zoekt er ook de behaaglijkheid en gezelligheid. Met
het zachte schijnsel van een lamp, het knetterend vuurtje van de open haard, een
mooi kastje hier en een schilderijtje daar richt je je huis naar jouw smaak in.
Je gaat de deur uit en je komt door diezelfde deur graag weer binnen. Het is je
vertrekpunt en aankomsthalte. Het is je eigen plekje - voor jou en allen die je
dierbaar zijn.
Een huis staat dus niet alleen symbool voor een geborgen en gerust, maar ook
voor een fijn en gelukkig leven. In een echt huis voel je je thuis, daar ben je
graag en zie je de toekomst vol vertrouwen tegemoet. Jaar uit, jaar in.
Maar hoe ‘bouw’ je aan dat ‘huis’? Waar vind je de geborgenheid die uitgaat
boven dood hout en kille steen? Hoe breng je dat vrolijke zonnetje, die warmte
in huis? Dat komt je niet aangewaaid. Dat krijg je niet zo maar. Daar moet je
aan werken. Daar moet je wat voor doen. Net als aan je letterlijke huis, moet
ook aan het huis van je leven gebouwd worden. Levenslang blijf je eraan klussen.
Zodat je een levenshuis bouwt, dat tegen een stootje kan, dat de stormen kan
trotseren en niet kapot gaat.
Waarop kun je bouwen? Waar kun je op vertrouwen?
Net als bij de nieuwbouw van een letterlijke woning begin je natuurlijk bij het
begin: op de grond, op de bodem. Je hoeft geen ‘Klanderman, Bruggink of te
Brinke’ te heten om te weten, dat alles staat of valt met een goede basis. Een
kind kan het begrijpen, als Jezus de dwaasheid van bouwen op zand aan de kaak
stelt. Als je ooit samen met papa of mama aan het strand een zandkasteel hebt
gebouwd, weet je dat het geen stand houdt tegen het opkomende water van de
vloed. Je hebt een solide basis nodig. Een fundament, dat verankerd is in de
aardbodem. Ook voor ons eigen Borchuus moesten er palen in de grond worden
gestampt en flink veel beton gestort om het te doen staan als een huis. Zo heb
je voor het huis van je leven stevige grond onder je voeten nodig. Om sterk te
staan, rustig te zitten en je onbezorgd neer te kunnen leggen. Maar waar is die
goede bodem te vinden? Waar kun je op bouwen en waarop vertrouwen?
Het afgelopen jaar heeft ons maar weer eens goed duidelijk gemaakt, dat er een
heleboel is, waar je NIET op kunt bouwen. Een heleboel zaken vielen wat dat
betreft weer door de mand. Letterlijk schudde de grond onder de voeten van de
Japanners. Een vloedgolf volgde met verschrikkelijke gevolgen. Ik zie nog op
mijn netvlies, hoe huizen van de grond werden losgerukt en kilometers met de
stroom mee het land indreven. Het maakte ons allemaal eens te meer duidelijk,
dat zelfs onze moderne welvarende rijke maatschappij speelbal kan worden van
allesverwoestend natuurgeweld.
Ook in de wereldpolitiek bleken vele zekerheden als kaartenhuizen in elkaar te
storten. De Arabische lente zorgde ervoor dat vele dictators, die op 1 januari
2011 nog stevig in het zadel zaten op deze oudejaarsdag van hun tronen zijn
afgevallen. ‘De wil van het volk’ ging als een zware storm over het
Midden-Oosten. Een storm die nog niet is uitgewoed.
Ook de economische crisis drukt ons met de neus op de feiten. Vertrouwen is het
sleutelwoord voor een gezonde economie. Je moet kunnen rekenen op de banken. En
die banken moeten vertrouwen hebben in de overheid. En als regeringsleiders dan
ook niet meer weten, hoe je de euro kunt redden en of je de euro wel moet
redden, dan is het einde zoek. Dan lijkt het alsof we met zijn allen op de
economische afgrond afrazen. Niemand weet, waar de handrem zit. Dat voel je
dubbel en dwars, als de crisis ook jouw huisje binnenvalt. Omdat je baan,
waarvan je zo zeker leek, op de tocht staat. Omdat je je huis moet, maar niet
kunt verkopen. Omdat geheel onverwacht je bedrijf failliet gaat. Of omdat je
door alle bezuinigende ingrepen de bodem van je portemonnee in zicht krijgt.
En dat zijn dan nog ‘maar’ centen. Hoeveel erger wordt het als je teleurgesteld
bent geraakt in mensen, waar je altijd van dacht dat je ze voor de volle honderd
procent kon vertrouwen. Hoeveel erger wordt het, als zelfs je eigen lichaam het
af laat weten. Geconfronteerd met een slopende ziekte of de gebreken van de
ouderdom kun je zelfs op eigen lijf en leden niet meer vertrouwen.
De profetie van Jesaja klonk in een tijd als de onze. Vele zaken wankelen, ja
zijn al ingestort. De stad Jeruzalem ligt in puin. Het leven van veel van haar
inwoners is abrupt afgebroken. Het overgebleven deel heeft de moed verloren om
weer op te gaan bouwen. Ze voelen zich verdord als gras, dat door een
verzengende oostenwind is verschroeid. Ze ervaren het leven als een bloem op het
veld, die vandaag nog bloeit, maar morgen afvalt. In die situatie biedt Jesaja
houvast. Hij heeft het over troost. Een hoopgevende boodschap voor de toekomst.
Die troost en hoop is voor hem gelegen in het Woord van God: ‘Het gras verdort
en de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand’.
Die troost van Jesaja lijkt op het eerste gezicht schrale troost. Hoe kun je nu
bouwen op woorden? Hoe kun je nu je leven funderen op wat gezegd wordt?
‘Praatjes vullen geen gaatjes’. En zelfs het Woord van de HEER moet zich eerst
maar eens bewijzen!
Of kun jij vandaag op deze oudejaarsdag zeggen: het HEEFT zich bewezen? Kun je
als je terugblikt op het voorbije jaar zeggen: Gods Woorden hebben hun waarde
bewezen in het afgelopen jaar. Misschien kun je – zoals ik - met vreugde
terugkijken op een aantal prachtige herinneringen. Dan zit je hier dus als een
dankbaar mens om God te loven voor Zijn goede gaven. ‘Ik wil U, o God, mijn dank
betalen. U prijzen in mijn oudejaarsavondlied’. Of is het oude jaar wat minder
gelukkig verlopen? Raakte er bij jou van alles aan het wankelen? Heb je dan toch
in het afgelopen jaar troost en hoop gevonden in de woorden van de HEER? Kun je
dan toch getuigen: ‘De woorden van de HEER gaven mij grond onder de voeten.
Want als ik die oude Bijbel van de plank pak, dan klinkt er toch regelmatig een
bemoediging op. Dan wordt ik weer op mijn voeten gezet. Dan is het alsof ik
persoonlijk word aangesproken. ‘Vrees niet, Ik ben je alle dagen’. Die oude
Bijbelwoorden worden voor mij telkens weer tot nieuwe woorden van God Zelf.
Dat overkomt me ook als ik dat oude lied zing, dat ik al zo lang ken, maar dat
mij altijd weer zoveel steun geeft. Dan lijkt het alsof Gods Geest in mij
meezingt. ‘Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand’. Als ik dat
zing, voel ik weer grond onder mijn voeten, waarop ik kan staan en weer verder
kan gaan.
En regelmatig hoorde ik in het afgelopen de woorden van de zegen, uitgesproken
aan het einde van elke kerkdienst, Met ‘De genade van onze HERE Jezus Christus,
de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest’ werd ik elke zondag
weer de wereld ingestuurd. Dat geeft me houvast. Dat doet me stevig staan en vol
vertrouwen gaan.
Woorden om op te bouwen. Door de HERE God Zelf gesproken. Het aloude Woord van
God als fundament om je huis op te bouwen. Woorden van troost en hoop. Woorden
van belofte voor de toekomst. Bemoedigende woorden.
Ook Jezus heeft het in Zijn gelijkenis over het woord om op te bouwen. Hij heeft
het speciaal over Zijn eigen woorden, die Hij in de Bergrede heeft
uitgesproken. Als uitleg van het Woord – de woorden van Mozes, de woorden van
God. Alleen dwazen bouwen hun huis op het zand. Als je verstandig bent, bouw je
je huis op de rots. En die rots – dat is in de Bijbel altijd een beeld voor de
Eeuwige, de Onwankelbare. Voor de God waarop je kunt bouwen. Daar begint het dus
mee, als je bouwt aan je levenshuis. Daar begin je telkens weer mee, als je
verder bouwt. Daar kun je ook het nieuwe jaar weer mee beginnen. Met het horen,
het luisteren naar de stem van Jezus. Zijn Woord zet je op vaste grond, wijst je
de weg, daarmee kun je verder. Zijn Woord vormt de basis, het fundament. Maar
Jezus verbindt het dan wel met één voorwaarde, één opdracht. Want horen is één,
de praktijk is helaas vaak anders. Het is de grootste dwaasheid van mensen, dat
ze wel HOREN, maar er niet naar handelen. Juist ook de grootste dwaasheid van
gelovige mensen, die zich christen noemen. Het afgelopen jaar is dat tot onze
grote schade en schande weer eens gebleken bij alle misbruikschandalen. Je hoort
het Woord, je weet het, je kent het, je zingt ervan, je getuigt ervan. Maar het
moet blijken uit je daden. Juist van gelovige mensen, mensen van de kerk, mensen
van Jezus, die dagelijks horen naar de woorden van de HEER, mag je wijsheid
verwachten.
Wees dus wijs. Bouw je huis, begin desnoods opnieuw te bouwen, begin op de rots.
Als je werkelijk iets wilt opbouwen, wat de zwaarste stormen kan trotseren. Als
je wilt dat jouw levenshuis zelfs in Gods Rijk een plaats zal krijgen.
Als je iets wilt bouwen, wat eeuwig blijft, bouw dan op het Woord.
Luister ernaar en breng het in praktijk. Laat je leven erdoor leiden. Dan is er
toekomst. Dus zeg ook ik: DOEN!