|
De rust hersteld Preek voor zondag 29 januari 2012 Grote Kerk Varsseveld Schriftlezingen: Deuteronomium 18:9-22 en Marcus 1:21-28 |
‘Altijd is Kortjakje ziek,
midden in de week, maar ’s zondags niet. ’s Zondags gaat zij naar de kerk met
haar boek vol zilverwerk’. De woorden van dit alom bekende kinderliedje
verwijzen naar een oude gewoonte. Op zondag gaat Kortjakje naar de kerk. En niet
alleen Kortjakje. In de loop der eeuwen is dat een gewoonte geweest voor
miljoenen gelovigen. En dat is het nóg voor heel velen. Ook voor ons. Vaste prik
– elke zondag. Of ‘regelmatig’: eens in de zoveel tijd. Als het weer zover is,
trekken wij op zondagmorgen onze beste kleren aan en komen samen. In een oeroud
of hypermodern kerkgebouw. In een imposant
grote kathedraal. En wij vanmorgen in deze oude Laurentiuskerk. De muren en het
dak maken in wezen niet uit! Want het gaat om het ‘Boek vol zilverwerk’ van
Kortjakje. Wij hopen kostbaar zilver te delven uit de ‘rijke schat van wijsheid,
die God ons in Zijn Woord schonk’. Oftewel, wat minder poëtisch gezegd: We hopen
aangesproken te worden door de preek, een mooi lied, het orgelspel of wellicht
de weldadige stilte en rust. Want ja, rust en stilte hebben we allemaal nodig in
deze jachtige tijd. Een vredige kerkdienst op een rustige zondagmorgen is geen
overbodige luxe. Dat is waar wij behoefte aan hebben. Een ongestoorde eredienst!
Daar heeft de ouderling vanmorgen vóór deze dienst in de consistorie om gebeden.
Het zogenaamde consistoriegebed is om die reden ontstaan. Omdat het niet altijd
vanzelf sprak. In de tijd van de hagenpreken in de 80-jarige oorlog konden de
kerkdiensten der protestanten door de Spaanse bezetter verstoord worden. Dus
moest er eerst gebeden worden om een ongestoorde kerkdienst.
Nog steeds in vele landen op deze wereld is de samenkomst van de christelijke
gemeente een streng verboden of hevig bedreigde bezigheid.
Ook bij ons kan het nog wel eens gebeuren, dat de dienst verstoord wordt. Op
minder dramatische wijze, maar toch: lastig genoeg. Ik herinner me zelf dat uit
mijn eerste gemeente te Franeker. Daar maakte een tijdlang een bewoner van het
plaatselijke psychiatrisch ziekenhuis de kerkdiensten ‘onveilig’. Op onverwachte
momenten verstoorde hij de dienst met godslasterlijke of gore taal… Dat was me
wat! Want wat moet je ermee? Moet je zo iemand de toegang tot de openbare
eredienst weigeren? Voor- en tegenstanders hadden zo hun argumenten. ‘Als het
écht uit de hand loopt, moet je pas ingrijpen’, zeiden sommigen. Anderen vonden,
dat je dat moment niet af moest wachten: ‘Hij komt er gewoon niet meer in!’
‘Maar die man kan er toch zelf ook niets aan doen?’, zei een ander dan weer.
‘Kan best wezen, maar hij verstoort ónze rust en de predikant raakt compleet de
draad van de preek kwijt!’. Er werd al eens een dominee naar hem toe gestuurd
voor een ‘goed gesprek’. Dat hielp dan weer. Even… Het probleem loste zich pas
echt op (verplaatste zich) toen de man verhuisde… Een zucht van verlichting ging
door de kerkelijke gemeenschap…
Deze geschiedenis schiet mij in gedachten, als ik het bijbelgedeelte van
vanmorgen lees. Ik zie namelijk in het stadje Kafarnaüm hetzelfde gebeuren.
Kafarnaüm is, zoals u weet, een stadje aan de oever van het meer van Galilea.
Prachtig gelegen met een kleine vissershaven en uitzicht op het meer. In het
voorjaar zie je er een weelderige bloemenpracht en wuiven de palmbomen tegen een
blauwe lucht. Kafarnaüm was ooit een bloeiende handelsstad – gelegen aan een
beroemde handelsroute, de Via Maris, die Mesopothamië met Egypte verbond.
Tegenwoordig waken Franciscaanse monniken over de oude, maar roemruchte
overblijfselen van de stad. Opgegraven ruïnes gaan terug tot in Jezus’ tijd. Men
wijst je het huisje aan, waar Petrus gewoond heeft. En vooral de ruïne van een
grote oude synagoge valt meteen in het oog. Die synagoge stamt volgens geleerden
op zijn vroegst uit de tweede na Christus. Maar ze staat wel op de fundamenten
van dé synagoge, waar Jezus regelmatig kwam. Daar moet zich het verhaal uit
Marcus 1 hebben afgespeeld.
Zo gaan we in gedachten 2000 jaar terug. Naar die éne dag in de week, dat er van
handel en nijverheid in het drukke Kafarnaüm niets te bespeuren valt.
Natuurlijk niet op zondag, maar op zaterdag – de Joodse sabbat. De ochtend
ontwaakt in alle rust en stilte. In den zaal’gen sabbatsvree komen de bewoners
van Kafarnaüm uit hun huizen om – zoals Kortjakje – de rust te zoeken in het
Godshuis, de synagoge. Maakt dat verschil – synagoge of kerk? Jazeker! De
preekstoel bijvoorbeeld staat in een synagoge niet aan één van de zijden tegen
een muur, maar in het midden van het gebouw. Aan de muur, die naar Jeruzalem
gericht is, staat de ‘heilige ark’, de kast waarin de boekrollen bewaard worden.
Daar ligt de Heilige Schrift en dan vooral de grote Thorarol met de vijf boeken
van Mozes. Prachtig versierd met een zilveren schild en twee zilveren torens -
dus echt als Kortjakje’s ‘boek vol zilverwerk’! Als de dienst begint wordt die
Thorarol op feestelijke wijze uit de kast gehaald en op de preekstoel in het
midden gelegd. Rondom het Woord verzamelt zich de gemeente om te luisteren. Dus
toch eigenlijk ook – bij alle verschillen – zoals bij ons: Rondom de geopende
Bijbel komen wij samen. En we hopen – in alle rust en goede orde – iets te
beleven!
Nou ja, rust en orde: in een ‘Jodenkerk’ gaat het er meestal spreekwoordelijk
luidruchtig aan toe. Iedere Joodse man, van 13 jaar en ouder, elke Zoon der wet,
mag hardop meelezen, meebidden, meezingen. En iedere joodse man, die daartoe
wordt genodigd door het synagogenbestuur, mag ook zijn zegje doen.
Zo ook op deze mooie sabbatsmorgen. Jezus is present in de sjoel – naar goede
gewoonte. Niet zo lang geleden is Hij naar Kafarnaüm gekomen. Hij zal hier
voorlopig zijn woonplaats vinden. De plaatselijke gemeente heeft er een ‘zoon
der wet’ bij. En wát voor ééntje! Want als Jezus het woord neemt om uit het Boek
te lezen, als Hij zijn mond open doet om onderricht te geven, dan valt zelfs de
Jodenkerk stil. Stil van verbazing. Alle aanwezige ‘synagoge-gangers’ raken diep
onder de indruk van Zijn onderricht. Want hij spreekt als iemand met ‘gezag’.
Wat dat is: ‘Spreken met gezag’? Dat is moeilijk uit te leggen. Als iemand met
gezag spreekt, dan zie je wat gebeuren. Mensen vallen stil. Je kunt een speld
horen vallen. Monden vallen open van verbazing. Men hangt aan zijn lippen. Maar
hoe dat komt? Wat het precies is? Hij sprak ‘niet zoals de schriftgeleerden’,
schrijft Marcus erbij. Moet je dan denken aan de manier waarop rabbijnen de
Bijbel uitleggen – ook nu nog? Zij wijzen terug naar de traditie. Ze citeren de
voorvaders van vroeger. Ze sluiten aan bij eeuwenoude wijsheden. ‘Deze of die
rabbi heeft over dit of dat vers zus en zo gesproken’. Ze spreken dus op gezag
van anderen. Spreekt Jezus dan op eigen gezag? Dat kun je toch zo niet zeggen!
Ook Jezus staat als mens, als kind van zijn tijd op de schouders van zijn
leermeesters en zijn ouders. Ook Hij geeft door, wat Hij van anderen heeft
gehoord. Maar toch: er is hier meer aan de hand! Zijn woorden zijn misschien wel
oud, maar ze KLINKEN als nieuw. Verrassend, anders, maar toch vertrouwd. Woorden
als water, als druppels op dorstig land. Je drinkt ze in. Heeft deze Jezus van
Nazareth wellicht een rechtstreekse band met de Eeuwige Zelf? Is Hij de profeet
als Mozes, die direct uit Gods mond te horen krijgt, wat hij spreken moet? Is
Hij de profeet, die doorgeeft, wat de HEER hem in de mond legt? Is Hij de
Messias, de Gezalfde, begiftigd met Gods Geest? Is in zijn woorden de stem van
een profeet hoorbaar, die Mozes Zelf mocht aankondigen? Je zou het haast zeggen…
Want als je naar Hem luistert, als Hij de Bijbel voor ons opendoet, ja, dan
gebeurt er wat. Dan zijn het veel meer dan holle klanken, die het ene oor in en
het andere weer uitgaan - zoals helaas ook bij ons zo vaak gebeurt! Als Jezus
onderwijs geeft, dan word je werkelijk aangesproken en in je hart geraakt. Dan
hoor je diep van binnen die stille stem in ’t hart...
Maar de vrede van Tiberias wordt wreed verstoord door een schreeuwende
kerkganger. ‘Een man bezeten door een onreine geest’, zo staat er. De rust
verstoord door een bezetene… En wat betekent dat? In het evangelie, vooral bij
Marcus, lezen we er veel vaker over dan alleen hier. Vaak lijkt het te gaan over
– wat wij zouden noemen – psychiatrische patiënten. Mensen met een bepaalde
‘stoornis’. Maar ook andere ziekten, zelfs lichamelijke kwalen, worden met
geesten in verband gebracht. Het is een oude manier om de donkere werkelijkheid
van ziekte, pijn en dood onder woorden te brengen. Het zijn demonen, die mensen
naar de ondergang trekken, pijnigen en kwaad doen. Eerlijk gezegd weten wij,
wetenschappelijk geschoolde westerlingen, daar niet zo goed raad mee.
Lichamelijke en geestelijke ziekten overkomen je gewoon. Je weet niet hoe en
waarom. De oorzaak is medisch te verklaren: een stofje in de hersenen dat
ontbreekt, een aangeboren afwijking of hersenbeschadiging. De behandeling kan
gelukkig vaak met medicijnen en therapieën plaatsvinden. Als wij al geloven in
het bestaan van kwade geesten en demonen, dan brengen wij die toch zeker niet in
verband met ziekte. In andere delen van de wereld gebeurt dat wel. In Afrika is
het heel gewoon om rekening te houden met onzichtbare machten en krachten.
Trouwens: ook in onze eigen leefwereld blijft er altijd een grote groep mensen,
die volle aandacht heeft voor het paranormale. Dat is niet alleen voor veraf en
van gisteren. Men is ervan overtuigd, dat er méér is tussen hemel en aarde. Een
onzichtbare werkelijkheid, tussen God en mensen in. In de Bijbel komt dat dus
ook aan de orde. Vooral in de evangeliën. Trouwens: in het Onze Vader bidden wij
telkens: ‘Verlos ons van de boze’.
Hoe dan ook: op deze rustige sabbath wordt de synagoge van Kafarnaüm opgeschrikt
door geschreeuw. ‘Een onreine geest’ noemt Marcus als oorzaak. ‘Onrein’ – dat is
‘niet kosjer’. Zoals varkensvlees en ander voedsel voor Joden ‘onrein’ is. Daar
blijf je van af. Daar wil je niets mee te maken hebben. Dat is precies, wat deze
onreine geest in de synagoge vertelt: dat hij met Jezus niets te maken wil
hebben. Dat hij en Jezus als duisternis en licht, zwart en wit tegenover elkaar
staan. ‘Onreine geest’ tegenover ‘de Heilige van God’. Want zó noemt hij Jezus.
De Heilige – die aan de kant van God staat. En dat is de waarheid – niets dan de
waarheid uit de mond van deze onruststoker. Maar de waarheid kan hard zijn.
Zeker als je er niet aan wilt geloven. En dat wil die onreine geest niet. Hij
wil zich niet overgeven aan de HEER van hemel en aarde. Hij wil zijn buit, zijn
slachtoffer, de bezeten mens niet loslaten. Hij wil met groot geschreeuw
voorkomen, dat mensen in alle rust rondom de open Bijbel Gods stem verstaan. De
boze leidt ons in verzoeking en leidt ons af van de goede weg. De boze wil
voorkomen dat mensen God vinden. Hij wil mensen bij God vandaan houden. Dat ze
onrein zijn en blijven. Daartoe maakt hij gebruik van alle mogelijke middelen.
Mooie, aantrekkelijke praatjes of – zoals hier - dreigend gebrul. Verleiding van
welvaart en rijkdom of – zoals hier - de verzoeking van pijn, ziekte of
handicap. Alles van de boze is erop gericht om mensen in zijn eigen onreine
machtsgebied te trekken. En wij bidden: Verlos ons van de boze…
Dan klinkt het woord van Jezus in de synagoge – met het gezag van de Schepper op
de eerste zeven dagen. En God sprak… ‘Zwijg en ga uit hem weg’. Hij spreekt met
macht.
Jezus
is gekomen om ons onder het gezag van het Woord te brengen. En vanuit het Woord
brengt Hij ons bij God, de Vader van ons leven.
En hopelijk zal dat ook regelmatig met ons gebeuren. Als wij naar goede gewoonte
zondags naar de kerk gaan. Als het ‘boek vol zilverwerk’ onder ons opengaat.
Wanneer wij in alle rust Gods stem mogen beluisteren door gebrekkige
mensenwoorden heen. Jezus verschijnt dan in ons midden – met Zijn gezag. Hij
spreekt ons hart aan en trekt ons uit de duisternis in het licht. We mogen
deelgenoot zijn van het Heilig geheim. We mogen weten, dat we kinderen van God
zijn. We mogen weer weten, dat niets of niemand ons zal kunnen scheiden van de
liefde van Christus. Als Jezus het woord neemt, slaan de onreine geesten op de
vlucht. Dan vinden wij in Hem een machtige Arts, die ons nieuwe kracht,
ongestoorde rust en echte vrede geeft.