Serie:
zendingstheologen (1) Een veelzijdig mens, een veelzijdig geleerde, een veelzijdig christen. Zo kun je Hendrik Kraemer omschrijven. Toen hij in 1965 op 77-jarige leeftijd overleed, werd daarmee een rijk gevuld levensboek gesloten. Voor kerk en zending is Kraemer van grote betekenis geweest. In de huidige multireligieuze samenleving en in onze pluriforme Protestantse Kerk mag zijn stem nog steeds gehoord worden.
Lieverdje
Als zoon van een kleermaker werd Hendrik in Amsterdam geboren (1888). Hij groeide op als ‘Amsterdams lieverdje’. Vroeg wees geworden werd hij eerst opgevangen in een socialistisch gezin, waar zijn moeder gediend had. Later kwam hij in het Diaconieweeshuis. De strenge sfeer van het weeshuis stond hem tegen, maar hij leerde er de Bijbelse boodschap kennen als bron van troost en kracht. ‘Al verlaten mij vader en moeder, de HEER neemt mij liefdevol aan’ (Psalm 27:10)
Socialisme
Door aanraking met dit totaal tegengestelde milieus kwam Kraemer voor de keuze te staan tussen socialisme en christendom. Hij koos vóór christen zijn, maar niet tegen het socialisme: ‘Ik ben socialist, omdat ik christen ben en ik ben christen door Gods genade’. De keus voor de gerechtigheid, die de profeten van Israël hebben verkondigd, was hierbij een belangrijk element.
Bijbelgeleerde
Zijn verlangen om de zending in te gaan was al vroeg geboren. Zijn opleiding ontving hij aan de Nederlandsche Zendingsschool. Door contacten met het Nederlands Bijbelgenootschap en vooral dr. N. Adriani besloot hij taalstudie te gaan doen. Binnen de Leidse universiteit raakte hij betrokken bij het werk van de Nederlandse Christen-Studenten Vereniging. Onder zijn leiding werd de NCSV tot een ‘stoottroep voor het Koninkrijk van God’ (dr. J. Verkuijl).
Huwelijk
Hij
raakte in discussie met de redactrice van het blad van de Vrijzinnige
Studentenvereniging. In het blad van de NCSV bestreed hij haar ‘bodemloos
subjectivisme’. De academische polemiek veranderde in liefde, toen ze elkaar
persoonlijk ontmoetten. In 1919 trouwde Hendrik met deze Hyke van Gameren. Het
was geen makkelijk huwelijk, maar ze waren elkaar tot steun juist in de sombere
dagen.
Zendeling
In 1922 was de tijd rijp voor een uitzending ‘overzee’. Java werd het doel, maar op de weg daarheen, bleef de boot een paar maanden steken in het Suezkanaal en verbleef Kraemer in Cairo. Kraemer zou Kraemer niet zijn, als hij van de nood geen deugd maakte. Hij kon zich nu verdiepen in de Islam en persoonlijk kennis maken met moslims. Dat deed hij met zoveel overgave en inlevingsvermogen, dat de Egyptenaren hem de eretitel ‘Sjeik Kraemer’ gaven.
Bijbels realisme
Eenmaal in Java aangekomen wijdde Kraemer zich in het bijzonder aan het Bijbelvertaalwerk en de opbouw van de jonge christelijke kerken. Als één van de eerste zag hij het grote belang van zelfstandigheid voor de zendingskerken. Hij voorzag het einde van het koloniale tijdperk en zette zich ervoor in, dat de ‘inheemse’ kerken daarop voorbereid waren. Hij stond aan de wieg van de Theologische School in Buitenzorg (Boor), die later in Jakarta uitgroeide tot de theologische hogeschool.
Aanknopen
Theologisch gezien stond Kraemer in de lijn van de dialectische theologie van Ka
rl Barth. Deze invloedrijke Zwitserse theoloog was tot de conclusie gekomen, dat er geen ‘aanknopingspunt’ voor het evangelie te vinden is in de mens. Voor de zending leek dit een onmogelijk standpunt: hoe kun je mensen bereiken met het evangelie, als ze er niet op een bepaalde manier een ‘antenne’ voor hebben? Is dan alles wat in andere religies te vinden is waardeloos voor de communicatie van het evangelie? Voor veel vrijzinnige theologen ging dit veel te ver. In het rapport ‘Betuining missiën’ bepleitten zij een veel opener houding tegenover de wereldgodsdiensten. Het christelijke geloof mag zijn waardevolle elementen inbrengen op het wereldtoneel, maar geen aanspraak maken op absoluutheid. Rond de Wereldzendingsconferentie te Tambaram (1938) kwamen de tegenstellingen tot uitbarsting.Christelijke boodschap
Kraemer werd gevraagd voor deze conferentie een discussiestuk te schrijven. Het wordt zijn meest invloedrijke boek: ‘De christelijke boodschap in een niet-christelijke wereld’. Zijn positie wordt omschreven met ‘Bijbels realisme’. De waardevolle elementen van alle godsdiensten (die er zeker zijn!) staan onder het oordeel van de levende God, Vader van Jezus Christus, die de wereld geschapen heeft en verlossing heeft gebracht. De verkondiging van het evangelie kan dus niet aansluiten bij de menselijke religie (inclusief het christendom!), maar als mensen staan we allen onder deze goddelijke kritiek. Als we dan van ‘aanknopingspunt’ willen spreken is dat de getuige, de persoon van de zendeling zelf. In het gesprek met aanhangers van andere religies staan we samen onder Gods oordeel en genade.
Secularisatie
In 1937 keerde Kraemer naar Europa terug, maar daarmee keerde hij niet de zending de rug toe. Als één van de eersten doorzag hij, dat het gesprek met de geseculariseerde westerling een even grote opgave is voor een apostolaire kerk. Hij werd hoogleraar Godsdienstwetenschap in Leiden. In de oorlog werd hij samen met andere invloedrijke kerkelijke bestuurders in St. Michielsgestel als gijzelaar van de bezetter gevangen gezet. Ook nu maakte Kraemer van de nood een deugd. Samen met de confessionele ds. Gravemeijer en de vrijzinnige ds. Banning maakte hij plannen voor de naoorlogse ‘Kerkopbouw’ van de Hervormde kerk. Na de oorlog ging Kraemer leiding geven aan het oecumenisch instituut te Bossey (bij Genéve). Geen onlogische stap voor een man, die altijd over kerkmuren heen had gekeken.
Wederopstanding
Na zijn emeritaat bleef hij actief in lezingen en publicaties. Toen hij in 1977 overleed werd hij in Driebergen begraven. Op zijn graf staan de woorden: expectat ressurectionem – hij verwacht de wederopstanding. Ook dit kind van God verwacht de grote dag, waarop God alles in allen zal zijn.